dinsdag 4 juni 2024

William Blake: Milton


Afbeelding: titelblad van Blake’s gedicht Milton. Geciteerd wordt Miltons intentie ‘to justify the ways of God to men’

Mijn vorige stuk over Blake ben ik geëindigd met de constatering dat hij zijn gedicht The four Zoas, waaraan hij zo’n tien jaar had gewerkt, ten slotte heeft laten liggen. Het is zeker af, maar hij heeft er nooit platen voor geëtst, zoals bij de andere profetische gedichten. Als voornaamste reden heb ik genoemd, dat zijn conceptie van Het Laatste Oordeel niet meer die was van een extern fenomeen, iets dat zich in de buitenwereld afspeelt, maar veeleer een strijd binnenin de mens was geworden.

Het volgende, veel kortere, epische gedicht, Milton, laat ons een individuele dichter – profeet zien, John Milton, die Error verwerpt en Truth omarmt, zodoende een Laatste Oordeel over zichzelf afroepend. Oorspronkelijk had Blake een gedicht voor ogen, verdeeld over 12 boeken, net als Miltons meesterwerk, Paradise Lost, maar het zouden er uiteindelijk maar twee worden, zodat het geheel uiterst gecomprimeerd is geworden.
Milton daalt uit de hemel neer en hij verenigt zich met Blake, treedt letterlijk bij hem binnen, zodat dat Oordeel ook over Blake kan worden geveld.

John Milton

In de slotregels van Milton, kun je gerust zeggen, proclameert Blake zijn persoonlijke profetische visioen, waarin Jezus Christus, de Four Zoas en de herrezen Mens Albion bij elkaar komen in Blakes eigen Felpham Vale voor zijn hoogstpersoonlijke wederopstanding:

“And I beheld the Twenty-four Cities of Albion / arise upon their Thrones to Judge the Nations of the Earth / and the Immortal Four in whom the Twenty-four appear Four-fold / arose around Albions body: Jesus wept & walked forth / from Felpham Vale clothed in Clouds of blood, to enter into / Albions Bosom, the bosom of death & the Four surrounded him / in the Column of Fire in Felpham Vale; then to their mouths the Four / applied their Four Trumpets & then sounded to the Four winds.
Terror struck in the Vale – I stood at that immortal sound: / My bones trembled, I fell outstretched upon the path / a moment, & my Soul returned into its mortal state / to Resurrection & Judgement in the Vegetable Body [Blake volgde Milton in de opvatting dat lichaam en ziel samen sterven en ook weer samen opstaan]
and my sweet Shadow of Delight stood trembling by my side.

Immediately the Lark mounted with a loud trill from Felphams Vale / and the Wild Thyme [leeuwerik en tijm zijn symbolen van Los] from Wimbledon’s green & impurpled Hills and Los and Enitharmon rose over the Hills of Surrey... Los listens to the Cry of the poor Man: his Cloud / over London in volume terrific, low bended in anger...”

(Los heeft een totale transformatie ondergaan ten opzichte van het dwalende wezen uit de eerste Nachten van de Four Zoas: hij heeft nu oog voor het lijden van de mensheid en zijn woede geldt de eis van sociale rechtvaardigheid die hij dwingend stelt. Hij is de profeet Amos geworden).

“... Wine presses & Barns stand open; the Ovens are prepared / the Waggons ready: terrific Lions & Tygers sport & play / All animals upon the Earth are prepared in all their strength

to go forth to the Great Harvest & Vintage of the Nations”

Deze laatste regel valt op te vatten als een profetische strijdkreet, van een dichter-profeet die zwaar geleden heeft, maar als overwinnaar uit al die beproevingen gekomen is.

Terug naar het begin.
Het gedicht begint met de beroemde hymne die iedere Engelsman kent en die mij altijd weer ontroert wanneer ik die herlees:
“And did those feet in ancient time
walk upon Englands mountains green?
And was the holy Lamb of God
on Englands pleasant pastures seen?

And did the Countenance Divine
shine forth upon our clouded hills?
And was Jerusalem builded there
among these dark Satanic mills?

Bring me my Bow of burning gold
Bring me my arrows of desire:
Bring me my Spear. O clouds unfold!
Bring me my Chariot of Fire!

I will not cease from mental fight
nor shall my Sword sleep in my hand
till we have built Jerusalem
in Englands green & pleasant land”

Blake ziet zichzelf als erfgenaam van Miltons Chariot of Fire, het voertuig, de merkabah, dat voor het eerst verschijnt in het visioen van Ezekiel, waar een triomferende Yahweh erin heeft plaatsgenomen. In het prachtige Take arms against a sea of troubles, het laatste boek dat Harold Bloom schreef (2020 – het boek werd pas na zijn overlijden in oktober 2019 gepubliceerd), komen al zijn favoriete dichters, van Shakeaspeare en Milton t/m Wallace Stevens en Hart Crane, nog een keer langs. In zijn stuk over Blake (waarin hij m.n. ingaat op diens relatie tot Milton) gaat hij in op het thema van de Chariot.
“It is difficult to accept Ezekiels Yahweh, who cares only that his name and his power be recognized and seems to have forgotten his covenant with the people of Judah”, zegt hij daar.
Dante, in de Purgatorio van zijn Divina Commedia, voert de triomferende strijdwagen van de kerk op, maar vermijdt zoveel mogelijk de Yahweh van Ezekiel. Aan een uitgebreide beschrijving wil hij zijn verzen niet verspillen, schrijft hij over de strijdwagen, lees dat maar na bij Ezekiel.
Dan Milton, die the Son’s Chariot ten tonele voert. Vier vurige cherublijnen “spread out their starry wings with dreadful shade contiguous, and the orbs / of his fierce chariot rolled, as with sound / of torrent floods, or of a numerous host.“
De Yahweh van het Oude Testament trad geregeld op als een oorlogsgod, maar Jezus van Nazareth is een wel heel onwaarschijnlijke aanvoerder van de hemelse troepen in hun strijd tegen de gevallen engelen, wat hij bij Milton wel is.

Blake zal dit alles in gedachten hebben gehad, toen hij zijn eigen Chariot of Fire opvoerde.
Hij zal zichzelf ook gezien hebben als een eigentijdse Ezekiel; eerder dat dan een High Romantic Poet in de traditie van Wordsworth & Coleridge, Shelley & Keats. Hij wordt vaak in dat rijtje geplaatst, maar zijn werk verschild wel heel erg van dat van deze dichters, die onderling allemaal veel meer gemeen hebben dan met Blake.
Ezekiel is grimmig en bijna simpel in zijn concepties; in vergelijking met hem is Blake een lichtende figuur, in vrede met zichzelf.
Beide profeten stellen zich voor thuisgekomen te zijn aan het einde van hun werk, hoewel ze zich daar misschien in vergissen: poëtisch denken kan hoop en verwachting creëren, maar geen intocht in het Beloofde Land mogelijk maken...

Vergelijk het einde van het boek Ezekiel met dat van Jerusalem, Blakes laatste werk:
“De omtrek [van de heilige stad Jeruzalem] is 18.000 el en de naam van de stad zal voortaan zijn: de Heer is aldaar.” (Ezekiel 48:35)

“All Human Forms identified even Tree Metal Earth & Stone. All Human Forms identified, living going forth & returning wearied / into the Planetary lives of Years Months Days & Hours reposing / and the Awaking into his Bosom in the Life of Immortality.

And I heard the Name of their Emanations they are named Jerusalem
The End of the Song
of Jerusalem.

(Harold Bloom heeft willen aantonen dat Blakes laatste meesterwerk Jerusalem in opzet parallel loopt aan het boek Ezekiel)

Hoewel van oorsprong protestants, was Blake ziel eerder Joods dan Christelijk: hij leerde zichzelf Hebreeuws en was zich zeer bewust van de parallellen van zijn werk met de Kabbalah. Met name de profetische boeken uit de Tanach vormen een grote inspiratie. Zonder de beide Jesaja’s, Amos en Micha, Ezekiel en Jeremiah, was er nooit de Blake geweest zoals wij die uit zijn werk kennen. Wat hij van die inspiratie gemaakt heeft, is iets anders. Hij vertelde zijn eigen verhaal, niet dat van de profeten.

En om dat te doen, roept hij aan het begin van Milton zijn Muzen aan, in een passage die, zelfs al ben je allergisch voor Blakes profetische toon (en ik zou me dat goed kunnen voorstellen) op iedereen grote indruk zou moeten maken, niet in het minst omdat deze staat in een lange epische traditie, die van Homerus t/m Milton:
“Daughters of Beulah! Muses who inspire the Poet’s Song, record the journey of immortal Milton through your Realms / of terror & mild mooney lustre, in soft sexual delusions / of varied beauty, that delight the wanderer and repose / his burning thirst & freezing hunger! Come into my hand / by your mild power; descending down the Nerves of my right arm / from out the Portals of my Brain, where by your ministry / the Eternal Great Humanity Divine planted his Paradise.”

John Milton stierf in 1674. Honderd jaar later begon de jonge William Blake zijn eerste gedichten te schrijven, de Poetical sketches. Wat heeft Milton ertoe gebracht uit de hemel neer te dalen en opnieuw te incarneren in een Engelse dichter?

“Say first, what moved Milton, who walked about in Eternity / one hundred years, pondering the intricate mazes of Providence / Unhappy though in heaven, he obeyed he murmered not; he was silent / viewing his Sixfold Emanation scattered through the deep / in torment! To go into the deep her to redeem & himself perish?
What cause at length moved Milton to this unexampled deed?”

Die Sixfold Emanation is een afspiegeling van de zes vrouwen in zijn leven, zijn drie echtgenotes en drie dochters, die afgescheiden is van hem en voor wie hij terug moet om die te verlossen (de Emanation zal uiteindelijk op aarde aan hem verschijnen als de maagd Ololon) en daarbij wellicht zelf om te komen (tenzij hij door het Oordeel gered wordt en zijn eigen egoïsme – Blake spreekt van Selfhood – weet te overkomen).

Wanneer hij zich realiseert dat het verkeerd was zijn Emanation in de diepte achter te laten, spreekt Milton de volgende woorden; het is zijn definitieve besluit om af te dalen:

“I will go down to self annihilation and eternal death, / lest the Last Judgement come & find me unannihilate / and I be seized & given into the hands of my own Selfhood.
The Lamb of God is seen through mists & shadows, hovering / over the sepulchers in clouds of Jehovah & winds of Elohim / a disk of blood, distant; & heavens & earth’s roll dark between
What do I here before the Judgement? without my Emanation?
With the daughters of memory, & not with the daughters of inspiration?
I in my selfhood am that Satan: I am the Evil One!
He is my Spectre! in my obedience to loose him from my Hells / to claim the Hells, my Furnaces, I go to Eternal Death.”

Een briljante passage, waarin Milton zichzelf identificeert met zijn eigen Satan, die hij in Paradise Lost de Hel in had gegooid. Maar zijn afdaling in de Hells of Eternal Death gebeurt, opdat hij zichzelf zal kunnen transformeren en tot een evenbeeld maken van Eternal Life, en de Marriage of Heaven & Hell zal kunnen plaatsvinden.

Milton verlaat de Eeuwigheid en neemt de gestalte van zijn eigen sterfelijke schaduw weer aan. Hij komt in een spiraalvormige beweging naar beneden terecht, ziet in het voorbijgaan Albion en valt nog dieper, in de ‘Sea of Time & Space’. Dan ziet hij Satan:

“The Spectre of Satan stood upon the roaring sea & beheld / Milton... trembling & shuddering he stood upon the waves... loud roll his thunders against Milton
Loud Satan thundered, loud & dark upon mild Felpham shore / not daring to touch one fibre he howled round upon the sea...”

Blake ziet hem naderen als een vallende ster, hij komt dichter en dichterbij en tenslotte komt hij bij Blake naar binnen via zijn linkervoet (wat een nogal absurd beeld is):

“Then first I saw him in the Zenith as a falling star, / descending perpendicular, swift as the swallow / and on my left foot falling on the tarsus, entered there...”

De cruciale strijd die de nu geïncarneerde Milton heeft uit te vechten is die met Urizen; een confrontatie die veel weg heeft van Jacobs worsteling met de Engel.

“Silent they met, and silent strove among the streams of Arnon... when with cold hand Urizen stooped down and took up water from the river Jordan: pouring on / to Miltons brain the icy fluid from his broad cold palm.
But Milton took the red clay of Succoth, moulding it with care / between his palms; and filling up the furrows of many years / beginning at the feet of Urizen, and on the bones / creating new flesh on the Demon cold, and building him, / as with new clay a Human form in the Valley of Beth Peor.”

Dit is bij uitstek Oud-testamentisch. Urizen is als de Jehova-achtige figuur die Jacob confronteert bij Pniel, maar Milton wil meer dan Jacob, die alleen gezegend wil worden. De Valley of Beth Peor is de plek waar Mozes begraven ligt in het land Moab; een nieuwe menselijke vorm daar te scheppen is de morele wet van Urizen die daar begraven ligt, vervangen door een nieuwe Adam, door nog een keer de rode klei van Genesis 2 met lucht in te blazen. En wat Milton tegelijkertijd doet is Urizen vernieuwen en verjongen, ‘creating new flesh’.

 Los herinnert zich een oude profetie:
“That Milton of the land of Albion should up ascend forwards from Ulro from the Vale of Felpham”. Ulro is de toestand van duisternis die ontstaat wanneer het goddelijke visioen verloren gaat, iets wat kennelijk bij Milton het geval was. Maar hij staat op het punt weer tevoorschijn te komen uit die duisternis.

En Blake zelf valt de volgende Verlichting ten deel (waarin de merkwaardige relatie tussen de mens William Blake en de in hem geïncarneerde Milton verhelderd wordt):
“But Milton entering my Foot [ik blijf het een koddig beeld vinden]; I saw in the nether / Regions of the Imagination; also all men on Earth, / and all in Heaven... in Ulro beneath Beulah [de tegenhanger van Ulro, een soort van voorportaal van het Paradijs; zie hieronder], the vast breach of Miltons descent, / but I knew not that it was Milton, for man cannot know / what passes in his members till periods of Space & Time / reveal the secrets of Eternity: for more extensive / than any other earthly things, are Man’s earthly lineaments.

And all this Vegetable World appeared on my left Foot, / as a bright sandal formed immortal of precious stones & gold: / I stooped down & bound it on to walk forward through Eternity”

Het lijkt dus een wederzijdse beïnvloeding te zijn: een John Milton (die zichzelf gezuiverd heeft) gebruikt Blakes lichaam om op aarde rond te kunnen wandelen en tegelijkertijd brengt dit Blake in een volgend stadium: hij nadert de Eeuwigheid. Blake gebruikt zijn poëtische voorganger om de dichter die hij uiteindelijk zou worden te bekrachtigen en evenzeer tot een innerlijke zuivering te komen (het raadsel van dit gedicht is ook, dat hoewel Milton in Blake incarneert en zo zijn eigen strijd kan strijden, Blake toch ook als zelfstandig individu kan blijven bestaan).

Bovenstaande passage kan het best gelezen worden samen met een volgend visioen, waarin Los zich voegt bij Blake en Milton:
“While Los heard indistinct in fear, what time I bound my sandals on / to walk through Eternity, Los descended to me: / and Los behind me stood; a terrible flaming Sun / just close behind my back; I turned around in terror and behold: / Los stood in that fierce glowing fire & he also stooped down / and bound my sandals on... he kissed me and wished me health / and I became One Man with him, arising in my strength: / ‘tWas too late now to recede. Los had entered into my soul...”

Ik vind dit een schitterende passage.
Milton die in Blake vaart en Los op soortgelijke wijze: ze betekenen Verlossing voor Blake: de dwalingen van Experience en Selfhood verlaten hem; hij is nu vrij om het land Beulah binnen te gaan, wat een voorafschaduwing is van het binnen gaan van Eden in het gedicht Jerusalem. Beide landen, Eden en Beulah, zijn sterk verwant. Beulah is een aards paradijs, geen Hemelse tuin en het heeft ook niet de ongevallen staat van Eden, waar het een soort voorportaal van is.

Hiermee is het gedicht halverwege; aan het begin van Boek II staat de meest volledige beschrijving die we vinden bij Blake van het land Beulah, prachtige regels die zeker een nieuw lyrisch hoogtepunt vormen in het gedicht Milton:
“First ever the morning breaks - joy opens in the flowery bosoms / joy even to tears, which the Sun rising dries; first the Wild Thyme / and Meadow-sweet downy & soft, waving among the reeds / light springing on the air, lead the sweet Dance: they wake / the Honeysuckle sleeping on the Oak: the flaunting beauty / revels along upon the wind; the White-thorn lovely May / opens her many lovely eyes: listening the Rose still sleeps / None dare to wake her: soon she bursts her crimson curtained bed / amd comes forth in the majesty of beauty; every Flower: / the Pink, the Jessamine, the Wall-flower, the Carnation / the Jonquil / the mild Lily opens her heavens! every Tree, / and Flower & Herb soon fill the air with an innumerable Dance / yet all in order sweet & lovely, Men are sick with Love!
Such is the vision of the lamentation of Beulah over Ololon.”

Ondanks het feit dat Blake geregeld Nature afwijst ten faveure van Imagination, heeft hij wel degelijk, zoals blijkt uit bovenstaande passage, oog voor de schoonheid van de natuur.

Ololon is degene die Milton Beulah binnen zal leiden, zij is de Emanation die het doel is van zijn reis. Zij is al in Eden, maar ook zij daalt af, om de dichter te zoeken die naar haar op zoek is. Het is een subliem moment als Ololon verschijnt:
“Ololon appeared, a Virgin of twelve years nor time nor space / was to the perception of the Virgin Ololon, / but as the flash of lightning but more quick the Virgin in my Garden / before my Cottage stood.”

Milton spreekt haar aan over zijn Selfhood, de Satan binnenin hem. Maar hij spreekt vervolgens ook de in een vorig stuk door mij al geciteerde al genoemde regels over zijn bevrijding.

Hier zijn ze nogmaals, omdat ze zo prachtig zijn:
“To cleanse the Face of my Spirit by Self-examination
To Bathe in the Waters of Life; to wash off the Not Human / I come in Self-annihilation & the grandeur of Inspiration
To cast off Rational Demonstration by Faith in the Saviour
To cast off the rotten rags of Memory by Inspiration
To cast off Bacon, Locke & Newton from Albions covering
To take off his filthy garments & clothe him with Imagination  
To cast aside from poetry, all that is not Inspiration.”

“To cast off the idiot Questioner who is always questioning, / but never capable of answering; who sits with a sly grin / silent plotting when to question, like a thief in a cave; / who publishes doubt and calls it knowledge; whose Science is Despair / whose pretence to knowledge is Envy; / that rages round him like a Wolf day & night without rest...
These are the destroyers of Jerusalem, these are the murderers / of Jesus, who deny the Faith & mock at Eternal Life: / who pretend to poetry that they may destroy Imagination”

In het begin kan de Virgin Milton nog niet begrijpen (“Are we contraries O Milton, thou and I... Thou goest to Eternal Death & all must go with thee”), maar het is haar Schaduw die spreekt en die haar even later met een schrille kreet verlaat, zodat zij hem nu in zijn ware, bevrijde gedaante kan zien en als zijn bruid naast hem kan staan. Op de hier aan het eind afgebeelde plaat 41 van het gedicht, één van Blakes fraaiste creaties, zien we hoe de verloste Milton de berouwvolle Ololon troost. (zie hieronder)

Zoals Milton nu Ololon aan zijn zijde heeft, heeft Blake zijn bruid in Catherine, zijn echtgenote van vele jaren.

(Blake, overigens, had zich geen betere vrouw kunnen wensen dan zijn Catherine, en zij geen betere man dan haar William. Hij leerde haar lezen en schrijven, zij assisteerde hem bij zijn kunst, kleurde zijn etsen in. Op zijn sterfbed maakte hij een schets van haar en noemde haar zijn engel.)

Nu, staande naast Milton en Ololon, wordt hij herinnerd aan de realiteit van zijn visioen door de boodschappers van Los, de geur van wilde tijm en de zang van de leeuwerik:

“Immediately the Lark mounted with a loud trill from Felphams Vale / and the Wild Thyme from Wimbledon’s green & impurpled Hills and Los and Enitharmon rose over the Hills of Surrey.”

En het gedicht eindigt met de al eerder aangehaalde regels over de Grote Oogst: “to go forth to the Great Harvest & Vintage of the Nations”.

Milton is Blakes laatste Song of Innocence.

 


dinsdag 28 mei 2024

William Blake, the Four Zoas

The Four Zoas, manuscript, page 3
The four Zoas (of, zoals de oorspronkelijke titel luidde: Vala) is volgens Harold Bloom ‘the most energetic and inventive of Blakes poems’. De Zoas, the Four Mighty Ones, zijn Urthona, Urizen, Luvah en Tharmas. (Deze vier refereren aan de vier wezens rond Gods troon in het bijbelboek van de profeet Ezekiel, die hierna nog ter sprake zal komen. In het vierde hoofdstuk van het boek Openbaringen worden deze wezens vertaald in het Grieks als zoa - dieren; Blake gebruikt deze meervoudsvorm in het Engels als enkelvoud). Met zijn vieren constitueren zij Albion, de Mens van voor de zondeval (die, als zijn emanaties vallen, zelf ook mee-valt). De Mens die in zijn ongevallen vorm het totaal aan realiteit en menselijk potentieel vertegenwoordigt. (Hij is verwant aan de Adam Kadmon van de Kabbalah).

Urthona is de goddelijke smid die staat voor kunstzinnige scheppingskracht en inspiratie; zijn gevallen vorm is Los. Urizen staat voor het conventionele verstand en rigide wetgeving, de tegenhanger van de creatieve Los. Luvah representeert de liefde, voor Blake de ultieme emotie. Tharmas is de echtgenoot van Enion; met dit paar begint het gedicht.

Deze vier vormden ooit de Universal Brotherhood of Eden. Hoe zij gevallen zijn, de strijd die ze daarop moesten voeren en de mogelijkheid van hun vernieuwing, hun regeneratie, dat is waar het gedicht over gaat. Blake heeft er lang aan gewerkt, begon in 1795 (een eerste versie van het gedicht die Vala als titel had) en liet het project tenslotte, onafgemaakt, los in 1804. Kort voor zijn dood gaf hij het manuscript echter aan zijn discipel, de schilder John Linnell, zodat we kunnen aannemen dat hij er wel nog steeds de waarde van inzag. Maar er is dus geen gecompleteerde geïllustreerde versie van, zoals wel van de twe gedichten die volgen, Milton en Jerusalem.

Het gedicht begint als de gevallen staat van de Zoas net een feit is geworden en ontwikkelt zich in de richting van een steeds diepere verinnerlijking, totdat, aan het eind, ‘all deities reside in the human breast’. Alle Zoas zijn in feite ook innerlijke staten van de mens.

Het is ondoenlijk om de hele ontwikkeling van dit enorme gedicht te beschrijven of alle figuren die erin voorkomen te duiden, ik wil me beperken tot wat passages die voor mij een grote poëtische zeggingskracht hebben.

Het gedicht begint, zoals gezegd, met Tharmas: ‘parent power, darkening in the West’. De Tharmas van voor de Val representeerde Eenheid, de harmonie in de mens van Love, Intellect en Imagination, de oorspronkelijke Mens die door Blake Albion genoemd werd, en ook staat voor Britain. Toen die Mens ophield goddelijk te zijn en onze (materiële, zintuiglijke) wereld tot stand kwam, was Tharmas de eerste die viel. Zijn vrouwelijke tegenhanger Enion zegt over hem: “I have looked into the secret soul of him I loved / and in the Dark recesses found Sin & cannot return.” Een Zondeval dus eigenlijk, een wegvallen uit de oorspronkelijke, vergeestelijkte, eeuwige staat van Zijn.
Waarop Tharmas, ‘trembling and pale’, ‘weeping in the clouds’: “Why wilt thou Examine the very little fibre of my soul? ... Deadly nought shalt thy find in it / but Death Despair and Everlasting brooding Melancholy / Thou wilt go mad with horror if thou doest Examine thus / every movement of my secret hours. Yea I know / that I have sinned & that my Emanations have become harlots / I am already distracted at their deeds & if I look / upon them more Despair will bring self murder on my soul /
O Enion, thou art thyself a root growing in hell / though thus heavenly beautiful to draw me to destruction.”

Het is de pijn van een gevallen wezen, de pijn van de incarnatie in de beperkingen van het fysieke lichaam, de val van de Oneindigheid in een materiële wereld.

Enions sexuele omgang met the Spectre ofTharmas (die door de woede omtrent zijn gevallen staat een schaduw van zichzelf is geworden) brengt de huilende kinderen van de Songs of Experience voort: Los en Enitharmon, ruimte en tijd, afgezwakte verbeeldingskracht (hoewel Los als aardse tegenhanger van Urthona zo optimaal mogelijk gebruik maakt van die verbeelding) en inperkende vorm. Deze kinderen zullen spoedig hun moeder verwerpen en door de pijnlijke wereld van de Ervaring (Experience) gaan zwerven.

De weeklacht van Enion, een soort van Bijbelse klaagzang, lijkt mij één van de hoogtepunten in het werk van William Blake, het zijn grandioze regels, die ik hier uitgebreid wil aanhalen. Het is overduidelijk de stem van Blake zelf die we hier horen over de prijs die we door de val in de wereld van ervaring hebben moeten betalen en wat het kost om tot werkelijke wijsheid te komen:

“What is the price of Experience - do men buy it for a song / Or wisdom for a dance in the street? No! It is bought with the price / of all that a man hath - his house his wife his children / Wisdom is sold in the desolate market where none come to buy / and in the withered field where the farmer plows for bread in vain”

De centrale gedachte is dat de mens zijn onschuld heeft verloren en alleen plezier kan hebben wanneer hij het lijden van anderen negeert (het lijden van de mensheid die Blake zo na aan het hart gaat).

“It is an easy thing to triumph in the summer’s song / and in the vintage & to sing on the waggon loaded with corn
It is an easy thing to talk of patience to the afflicted
to speak the laws of prudence to the houseless wanderer
to listen to the hungry raven’s cry in wintry season / when the red blood is filled with wine & with the marrow of lambs

It is an easy thing to laugh at wrathful elements / to hear the dog howl at the wintry door, the ox in the slaughterhouse moan
to see a god in every wind & a blessing on every blast
to hear sounds of love in the thunderstorm that destroys our enemies’ house
to rejoice in the blight that covers his field & the sickness that cuts off his children,
while our olive & vine sing & laugh round our door & our children bring fruits & flowers

Then the groan & the dolor are quite forgotten & the slave grinding at the mill / and the captive in chains & the poor in the prison & the soldier in the field / when the shattered bone had laid him groaning among the happier dead

It is an easy thing to rejoice in the tents of prosperity...”

Maar, zegt Blake dan, na deze hartverscheurende klaagzang: “Thus could I sing & thus rejoice, but it is not so with me!”

Ondertussen heeft Albion, nog één keer opgerezen ‘upon his Couch of Death’ Urizen opgeroepen de scepter op te pakken en orde in de chaos te brengen. Urizen is nu de ‘great work master’, een demiurg die de hedendaagse realiteit verder vorm zal geven en haar (beperkende) wetten zal vastleggen. Hij is gezeten op een troon waarvan de treden met ijspegels bekleed zijn. Hij vertegenwoordigt de koude ratio: “... thou art compelled [wordt er tegen hem gezegd] to forge the curbs of iron & brass to build the iron mangers / to feed them with intoxication from the wine presses of Luvah / till the Divine Vision & Fruition is quite obliterated...“
... en maakt eens temeer duidelijk wat er allemaal verloren is gegaan: “Golden & Beautiful [de wereld van Urizen kent wel degelijk een zekere schoonheid] but O how unlike those sweet fields of bliss / where liberty was justice & eternal science was mercy”

Een Zondvloed als die van Noach komt over de wereld en daarmee Tharmas, nu als het principe van de chaos, waar hij eerst de geest van eenheid en harmonie was. Zelden zal de chaos zo eloquent verwoord zijn: “Fury in my limbs, destruction in my bones & marrow / my skull riven into filaments, my eyes into sea jellies / floating upon the tide wander bubbling and bubbling / uttering my lamentations & begetting little monsters / who sit mocking upon the little pebbles of the tide in all my rivers... O fool fool to lose my sweetest bliss...”

Aan Los nu de taak om een orde in de chaos te hameren en hij doet dat furieus, in grote woede ontstoken nu hij niets dan gevallen vormen om zich heen ziet:
“Infected Mad he danced upon his mountains high & dark as heaven. / Now fixed into one steadfast bulk his features stonify / from his mouth curses & from his eyes sparks of blighting / beside the anvil cold he danced with the hammer of Urthona terrific pale“
Zelden heb ik zulke krachtige, energieke poëzie gelezen.

Los heeft een machtige strijd te strijden, maar hervat uiteindelijk, samen met zijn zuster Enitharmon, het scheppende werk, de waarde waarvan hij uitdrukt in de volgende woorden:
“Stern desire I feel to fabricate embodied semblances in which the dead / may live before us in our palaces & in our gardens of labour / which now opened within the centre we behold spread abroad / to form a world of Sacrifice of brothers & sons & daughters...
Look my fires alume afresh before my face ascending with delight as in ancient times”

De paleizen zijn die van een City of Art, een Nieuw Jeruzalem, door Blake Golganooza genoemd, een soort samentrekking van New Golgotha, om zo de plaats van de Kruisiging te vervangen. Want deze nieuwe schepping voorziet in lichamen voor de op handen zijnde Opstanding.

De Openbaring van Night the ninth heb ik al eerder geciteerd; het is een ware apocalyps die een nieuwe werkelijkheid ontvouwt. Hier nog een keer, want het is een waar hoogtepunt:
“And Los & Enitharmon builded Jerusalem weeping / over the Sepulcher & over the Crucified body / which to their Phantom Eyes appeared still in the Sepulcher.
But Jesus stood beside them in the Spirit Separating / their Spirit from their body. Terrified at Non Existence / For such they deemed the death of the body. Los outstretched his right hand branching out in fibrous Strength / seized the Sun. His left hand like dark roots covered the Moon / and tore them down cracking the heavens across from immense to immense / Then fell the fires of Eternity with loud & shrill
Sound of Loud trumpet thundering along from heaven to heaven
A mighty sound articulate: “Awake ye dead & come
to Judgement from the four winds Awake & Come away”
folding like scrolls of the Enormous volume of Heaven & Earth
with thunderous noise & dreadful shakings rocking to & fro
the heavens are shaken & the Earth removed from its place
The foundations of the Eternal hills discovered
the thrones of the kings are shaken they have lost their robes and crowns
The poor smite their oppressors, they wake up to the harvest / the naked warriors rush together to the sea shore / trembling before the multitudes of slaves now set at liberty.”

Maar ook moet alles wat onwerkelijk is vernietigd worden – en ook die regels zijn buitengewoon indrukwekkend (maar ook wreed en afschrikwekkend):

“The tree of Mystery went up in folding flames / blood issued out in mighty volumes in whirlpools fierce... Kings in their palaces lie drowned... Castles drowned in the black deluge Shoal on Shoal... till all Mystery’s tyrants are cut off & not one left on Earth”

Het doet Albion uitschreeuwen tegen ‘the war within my members’ en met een laatste beroep op Urizen weet hij hem te bewegen zijn positie op te geven.
Uiteindelijk werken alle Four Zoas, de hernieuwde Urizen; Tharmas weer aan de zijde van Enion; Luvah met haar wijnpers en Urthona als hemelse smid die, net als de klassieke Hephaistos, mank loopt – alle vier werken ze aan iets dat in de volgende regels op een wijze die uniek is in de literatuur en buitengewoon levendig wordt voorgesteld als iets dat heel dicht in de buurt van een soort van Paradijs komt:

“Return O Love in peace ... They must renew their brightness & their disorganized functions / again reorganize till they resume the image of the human / co-operating in the bliss of Man obeying his Will / servants to the infinite & Eternal of the Human form”

Tharmas en Luvah laden ‘the waggons of heaven’ en brengen de ‘wine of ages with solemn songs of joy’. Er branden vuren die geen mouw in brand zouden kunnen steken:
“How is it that we have walked through fires & yet are not consumed
How is it that all things are changed even as in ancient times”

Het is allemaal beeldschoon en oneindig inventief, maar Blake moest het loslaten. Het Laatste Oordeel, begon hij meer en meer te vermoeden, was niet zo dramatisch als dit en eigenlijk nauwelijks een extern fenomeen. Na 1804 zou voor Blake de strijd zich vooral binnenin de mens afspelen, niet in de uiterlijke kosmos. “Whenever any Individual Rejects Error & Embraces Truth, a Last Judgement passes upon that Individual.”

Het volgende, veel kortere, epische gedicht, Milton, laat ons een individuele dichter – profeet zien, John Milton, die Error verwerpt en Truth omarmt, zodoende een Laatste Oordeel over zichzelf afroepend.


Illustratie: verhouding tussen the four Zoas zoals verbeeld in Blake’s volgende gedicht: Milton

 

 

dinsdag 14 mei 2024

William Blake: the Prophetic Poems

Illustratie: schets van Blake door John Flaxman

William Blake is in essentie een mysticus. In een brief uit 1827, kort voor zijn overlijden schrijft hij dat hij de dood nabij is en zich lichamelijk zwak voelt, ‘but not in Spirit and Life, not in the Real Man The Imagination which Liveth for Ever’. Hij was een visionair, verwant aan de dichters Dante, Milton en Shelley (die een generatie jonger was dan Blake), die dat ook waren.

Blake ziet ‘the Real Man The Imagination’ als het onsterfelijke deel van de mens, in de zin van Genesis 5 vers 24: “En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.” Deze term is verwant aan wat de gnostici pneuma noemen, de vonk van goddelijkheid in ieder van ons.
(Behalve de gnostiek vind je delen van allerlei andere denksystemen bij Blake. Zijn spiritualiteit is in hoge mate idiosyncratisch. Hij verzon zijn eigen mythologie, maar leende ook van het Neoplatonisme - in die tijd in het Engels geïntroduceerd door Thomas Taylor, die heel belangrijk is geweest voor de spirituele ontwikkeling van veel van de Romantic Poets - en de Kabbalah, van Jacob Boehme en Meister Eckhart, van Paracelsus en Emanuel Swedenborg.)
Blake’s overtuiging was dat God enkel en alleen ín de mens kan bestaan, maar dat de mens opgetild moet worden tot de perceptie van de Oneindigheid (en daarin hebben dichters-profeten als Blake een belangrijke taak).
“God becomes as we are, that we may be as he is.”
En: “If the doors of perception [Aldous Huxley vond zo de titel van één van zijn romans in Blake] were cleansed everything would appear to man as it is, infinite.
For man has closed himself up, till he sees all things through narrow chinks in his cavern.” (Uit: Marriage of Heaven and Hell)

Poëzie en schilderkunst (waarin hij ook excelleerde, hoewel ik zijn poëzie hoger aansla) waren voor Blake: profetie; de profetie van ‘the Real Man The Imagination’. Dat is Blake’s evangelie.

Eén van zijn vele citeerbare uitspraken luidde: “I must create my own system, so as not to be enslaved by another man’s.”

Het vroege werk van Blake, dat ik in een eerder stuk beschreven heb en dat zijn hoogtepunt vindt in de Songs of Innocence en de Songs of Experience, is bedrieglijk eenvoudig; het latere werk, en dan met name de drie profetische boeken waarover ik hier wil schrijven (zijn belangrijkste werken: The Four Zoas, Milton en Jerusalem) zijn voor de gemiddelde lezer buitengewoon moeilijk; ik heb dan ook Harold Blooms boek over de Engelse romantische dichters, The Visionary Company, nodig gehad om mij in Blake wegwijs te maken. (Bloom is een geweldige gids als het om Blake gaat; hij heeft zich meer dan 60 jaar met die poëzie bezigggehouden).
Blake wijdt zijn lezers in in een geheel eigen wereld, op een kosmische schaal en met (deels zelf gecreëerde) mythologische wezens. Een tot het uiterste toe georganiseerde visionaire wereld, waarin alles zijn plek heeft; om iets vergelijkbaars van recenter datum te vinden zou je moeten kijken naar het (op het eerste gezicht even ontoegankelijke) laatste werk van James Joyce, Finnegans Wake. En wat hij (Blake dan, niet Joyce) voor ogen heeft is niets minder dan de spirituele redding van de mensheid.

Dit alles maakt het werk van Blake (en dan bedoel ik vooral de laatste drie profetische boeken) niet bepaald tot kost voor de gemiddelde lezer. Maar dat geldt ook voor Dante’s Divina Commedia, Miltons Paradise lost, Goethe’s Faust, de grote romancyclus van Proust, A la recherche du temps perdu, of de twee grote romans van James Joyce. Dit is literatuur die op den duur, naarmate er steeds minder gelezen wordt, achter onze horizon gaat verdwijnen. Het zal dan alleen nog bestudeerd worden door enkele specialisten. En misschien is dat zelfs met het werk van Shakespeare het geval.

Blake begon, net als zijn jongere collega Shelley, als politiek, revolutionair activist. Dat hing toen in de lucht en de regerende premier, William Pitt, nam zo zijn maatregelen. Omdat hij totaal niet de wens had om naar Australië verscheept te worden of in His Majesty’s Prison terecht te komen, heeft Blake zich vervolgens beperkt tot het uiten van zijn verontwaardiging in de (niet voor publicatie bestemde) Notebooks en in de profetische boeken, waarin het sociale protest zo verhuld is achter de opgetrokken mythologie, dat niemand hem hierom zou kunnen veroordelen.

Maar jezelf te moeten verbergen kost ook wat, zeker als je genie in essentie een profetisch genie is. Profeten razen niet in afzondering, ze gaan de straat op om gehoord te worden. Maar Blake wilde dat niet meer, begon de revolutie te wantrouwen, zag die ook niet meer als zijn medium: de Prometische Orc, Blake’s archetypische revolutionair, hield op een heroïsche rebel te zijn en werd vervangen door Los, de profeet met de hamer, de dichter-etser die in voortdurende strijd verwikkeld was met zijn eigen Spectre of Urthona, zijn neiging tot zelfingenomenheid. Los was ongetwijfeld de figuur met wie Blake zich het meest identificeerde. De missie van een profeet vraagt om totale openheid en eerlijkheid, en dat was ook Blake’s eigen strijd.

Die strijd vind je terug in het gedicht Jerusalem: de strijd tussen Blake’s profetische gave, gedramatiseerd in Los, en zijn innerlijke wanhoop, een stem gegeven door the Spectre of Urthona:

“But my griefs advance also, for ever & ever without end / O that I could cease to be! Despair! I am Despair / created to be the great example of horror & agony; also my / Prayer is vain – I called for compassion... knowing and seeing life, yet living not; how can I then behold / and not tremble; how can I be beheld & not abhorred...”

The Spectre of Urthona is een expressie van Blake’s persoonlijke situatie als profeet en outcast; hij werd als dichter en schilder toch vooral gezien als een excentriekeling. Er is het fascinerende, huiveringwekkende beeld van Los die hamerend op zijn aambeeld bezig is zijn eigen Spectre (zeg maar, zijn Spookbeeld) vorm te geven: het pijnlijke beeld van de zwoegende, lijdende kunstenaar die zijn eigen depressie te boven probeert te komen door als dichter-etser onophoudelijk te werken. Het was Blake’s eigen pijn en wanhoop, de pijn van het scheppen:
“Los beheld undaunted furious his heaved Hammer; he swung it round & at one blow, / in unpitying ruin driving down the pyramids of pride / smiting the Spectre on his Anvil & the integuments [bedekkingen] of his Eye / and ear unbinding in dire pain, with many blows, / of strict severity self-subduing & with many tears labouring...
Thus Los altered his Spectre & every Ratio of his Reason / he altered time after time, with dire pain and many tears / till he had completely divided him into a seperate space.”

Een formidabele passage die klinkt als een serie hamerslagen. Los kan zijn Selfhood, his Spectre, niet vernietigen, maar wel zodanig veranderen dat al zijn wanhoop opgesloten blijft in een apart deel van zijn creatieve geest. Zodat hij weer verder kan.

In het gedicht dat aan Jerusalem vooraf gaat, Milton, lezen we hoe een bevrijde John Milton (Engelands grootste dichter vóór Blake, die Milton, de dichter van Paradise Lost en de schepper van Satan, zeer bewonderde) zijn versie van the Spectre, ‘the idiot Questioner’ (hij die altijd maar vragen blijft stellen en nooit één antwoord heeft), van zich afgooit en een buitengewone getuigenis geeft van de bevrijde ‘imagination’ of verbeeldingskracht; voor een dichter zo cruciaal:

“To cleanse the Face of my Spirit by Self-examination
To Bathe in the Waters of Life; to wash off the Not Human / I come in Self-annihilation & the grandeur of Inspiration
To cast off Rational Demonstration by Faith in the Saviour
To cast off the rotten rags of Memory by Inspiration
To cast off Bacon, Locke & Newton [Blake’s grootste intellectuele vijanden voor wie hij geen goed woord over heeft, maar ook nooit werkelijk recht doet] from Albions covering [Albion is bij Blake, behalve de ongevallen Mens, ook de Spirit of England]
To take off his filthy garments & clothe him with Imagination [hét sleutelwoord voor Blake]
To cast aside from poetry, all that is not Inspiration.”

Schitterende regels vind ik dit. En:
“To cast off the idiot Questioner who is always questioning, / but never capable of answering; who sits with a sly grin / silent plotting when to question, like a thief in a cave; / who publishes doubt and calls it knowledge; whose Science is Despair / whose pretence to knowledge is Envy; / that rages round him like a Wolf day & night without rest...
These are the destroyers of Jerusalem, these are the murderers / of Jesus, who deny the Faith & mock at Eternal Life: / who pretend to poetry that they may destroy Imagination”

Dit is een sublieme proclamatie. ‘To cleanse the Face of my Spirit by Self-examination’, ‘To Bathe in the Waters of Life; to wash off the Not Human’, dat zouden we allemaal wel willen, toch? Echter, slechts weinigen onder ons (en misschien wel helemaal niemand) kunnen zeggen dat ze een grandeur van inspiratie hebben die te vergelijken valt met een Blake, een Milton.

De Spectre en de Questioner te negeren, ze te verslaan, ’to cast aside from poetry, all that is not Inspiration’, dát was waar het Blake om ging, dat was zijn kunstzinnig-visionaire proces. De absolute verdediging van zijn inspiratie tegen degenen (wat frequent gebeurde) die hem van krankzinnigheid beschuldigden.

Wat Blake’s epiek voortdrijft is een furieuze retorische energie; de geëxalteerde toon en de veelheid aan mythologische beelden kunnen de lezer eerst afschrikken – maar je hoeft ook niet exact te weten waar alles voor staat, denk ik dan. Mijn ervaring is dat je er, als je er eenmaal een klein beetje in thuis raakt en aan de gedragen toon (die ik prachtig vind) gewend bent, je er helemaal in meegenomen wordt. Kijk bijvoorbeeld naar de fantastische opening van Night the Ninth, being the Last Judgement in de eerste van de drie grote epen, The Four Zoas:

“And Los & Enitharmon [een emanatie van Los, de vrouwelijke tegenhanger van Urthona] builded Jerusalem weeping / over the Sepulcher & over the Crucified body [je vindt vaak bijbelse beelden bij Blake, maar hij geeft er zijn geheel eigen draai aan; de Bijbel was voor hem ‘the Great Code of Art’] / which to their Phantom Eyes appeared still in the Sepulcher.
But Jesus [Blake was een groot liefhebber van Jezus, hij was voor hem de belichaming van ‘the Imagination’; met God de Vader stond hij meer op gespannen voet] stood beside them in the Spirit Separating / their Spirit from their body. Terrified at Non Existence / For such they deemed the death of the body [wat voor Blake beslist niet ‘Non Existence’ betekende]. Los outstretched his right hand branching out in fibrous Strength / seized the Sun [prachtig beeld!]. His left hand like dark roots covered the Moon / and tore them down cracking the heavens across from immense to immense / Then fell the fires of Eternity with loud & shrill
Sound of Loud trumpet thundering along from heaven to heaven
A mighty sound articulate: “Awake ye dead & come
to Judgement from the four winds Awake & Come away”
folding like scrolls of the Enormous volume of Heaven & Earth
with thunderous noise & dreadful shakings rocking to & fro
the heavens are shaken & the Earth removed from its place
The foundations of the Eternal hills discovered
the thrones of the kings are shaken they have lost their robes and crowns
The poor smite their oppressors [sociale kritiek blijft doorklinken in de profetische boeken] they wake up to the harvest / the naked warriors rush together to the sea shore / trembling before the multitudes of slaves now set at liberty.”

Ik vind dit een prachtige cadans waarin je terecht komt. Dit is nauwelijks met iets anders te vergelijken. “And tore them down cracking the heavens across from immense to immense” alleen al vind ik een geweldige regel.

Of deze regels dan, die daar kort op volgen:
“The Spectre of Enitharmon let loose on the troubled deep / wailed shrill in the confusion & the Spectre of Urthona received her in the darkning South
[en met name deze beschrijving van de ontmoeting vind ik heel mooi en treffend:]
their bodies lost they stood
trembling & weak a faint embrace a fierce desire as when / two shadows mingle on a wall [je ziet dat zo voor je, toch?]
they wail & shadowy tears fell down & shadowy forms of joy mixed with despair & grief
their bodies buried in the ruins of the Universe / mingled with confusion.”

Naast Imagination is Vision voor Blake een centrale term. Veel van zijn metaforen zijn inderdaad visionair, zo ontzettend krachtig en dynamisch. Maar wat William Butler Yeats Blake’s ‘beautiful, laughing speech’ noemde is zeker ook één van zijn aantrekkelijke kanten, iets wat poëzie van Blake lezen tot zo’n genot maakt. Wat Harold Bloom aanduidt als ‘exuberance’: zijn opgewekte uitbundigheid. Luister maar:

“Mental things alone are Real; what is called Corporeal, Nobody Knows of its Dwelling Place: it is in Fallacy & its Existence an Imposture. Where is the Existence Out of Mind or Thought? Where is it but in the Mind of a Fool? ... Error is Created. Truth is Eternal. Error, or Creation, will be Burned up & then & not till Then, Truth or Eternity will appear... I assert for My Self that I do not behold the outward Creation & that to me it is hindrance & not Action; it is as Dirt upon my feet, No part of Me. “What,” it will be Questioned, “When the Sun rises, do you not see a round disc somewhat like a Guinea?” O no, no, I see an Innumerable company of the Heavenly host crying “Holy, Holy Holy is the Lord Almighty.”

Ik vind dit ronduit Geweldig. Blake ziet een goddelijke immanentie in alle objecten van perceptie. Er is voor hem geen onderscheid tussen transcedentie en immanentie.
De uitbundigheid die het uitschreeuwt in bovenstaand fragment is wel de essentie van Blake’s genie; en daarnaast zijn autonomie, de moed om alles steeds weer voor zichzelf opnieuw te her-zien en te her-denken.

Maar inderdaad, ze zijn moeilijk en ongelofelijk complex, Blake’s Prophetic poems. Zonder Harold Bloom als gids was ik er ongetwijfeld helemaal in vastgelopen. Maar zoals Northrop Frye, de Canadese literatuurcriticus en één van Blake’s meest scherpzinnige en diepgravende commentatoren, over deze gedichten zei: “they are difficult because it was impossible to make them simpler.” Ik heb de volgende uitspraak van Blake al eens geciteerd in een vorig stuk, maar hij is te mooi om hem niet op deze plaats nog eens te herhalen: “What can be made Explicit to the idiot is not worth my care.”


Bij de illustratie: Newton, door William Blake

Blake zag imagination (verbeeldingskracht) als het belangrijkste element van het menselijk bestaan. Daarin botste hij met de Verlichtingsidealen van rationalisme en empirisme. Zich baserend op zijn visionaire, spirituele overtuigingen voerde hij oppositie tegen Newtons model van het universum. Zoals in het gedicht Jerusalem:

“I turn my eyes to the Schools & Universities of Europe
And there behold the Loom of Locke whose Woof rages dire
Wash’d by the Water-wheels of Newton. Black the cloth
In heavy wreathes folds over every Nation; cruel Works
Of many Wheels I view, wheel without wheel, with cogs tyrannic
Moving by compulsion each other: not as those in Eden: which
Wheel within Wheel in freedom revolve in harmony & peace.

dinsdag 9 april 2024

Over William Blake

Het heeft even geduurd voordat ik waardering kon opbrengen voor het werk van William Blake (1757-1827). Binnen de Engelse poëzie wordt hij gewoonlijk gerekend tot de Romantics, hoewel hij van een iets oudere generatie is dan Wordsworth, Shelley en Keats, wier poëzie mij wel onmiddellijk aansprak.

Blake’s poëtische werk is nogal divers. De vroege gedichten zijn zo simpel van opzet dat er haast niets achter lijkt te zitten (wat zeer bedrieglijk is), maar het latere werk weer ongelofelijk complex, waarbij de privé-mythologie die hij optuigt nogal afstotend kan werken als je je er niet werkelijk in verdiept hebt. Die latere gedichten moeten zonder meer gezien worden in combinatie met zijn beeldende werk dat zeer onconventioneel is, op het groteske af zelfs. Veel bijbelse figuren, maar ook eigen creaties als Albion, Los, Urizen of the Ancient of Days (Blake’s versie van God de Vader, met wie hij niet op goede voet stond). Maar zelfs bij eerste confrontatie moet je toegeven dat dat beeldende werk een enorme kracht en impact heeft en dat het in je binnenste resoneert, zelfs al weet je niet precies wat hier uitgebeeld wordt; dat het gaat om geesteswezens en krachten die spelen ver voorbij het zintuiglijk waarneembare, is ook iets dat je meteen wel proeft.

Mijn introductie in het werk van Blake is de Engelse dichteres Kathleen Raine geweest; een boek van haar wil ik als leidraad gebruiken voor een volgend stuk over Blake. Zij heeft me doen inzien dat de man werkelijk een genie is en zijn werk volslagen uniek en van een spiritualiteit die ongeëvenaard is in de literatuur.

Bij zijn tijdgenoten was Blake nauwelijks bekend en zeker niet als dichter. Als men hem al kende was dat als graveur en drukker, wat zijn eigenlijke vak was en waarmee hij zijn levensonderhoud bekostigde, of misschien ook als kunstenaar, als schilder van nogal excentrieke, enigszins anachronistische aquarellen, terwijl hij daarnaast een reputatie had als iemand die balanceerde op de grens van krankzinnigheid, visoenen had, maar daarmee verder niemand kwaad deed.

Als etser was Blake technisch zeer innovatief; hij gebruikte een methode van etsen en kleurendruk, waarvan het geheim met hem mee het graf in is gegaan: “... printing in the infernal method of corrosives, which in Hell are salutary and medicinal, melting apparent surfaces away, and displaying the infinite which was hid.”

Het absolute hoogtepunt van zijn werk als beeldend kunstenaar zijn twaalf grote kleurenprints waarvan Nebuchadnezzar, de krankzinnig geworden Babylonische koning, kruipend op handen en voeten, wellicht de bekendste is; maar ook Elohim creating Adam, God judging Adam en Newton bijvoorbeeld zijn schitterende voorstellingen. Ook zijn Illustrations of the Book of Job en de onafgemaakte serie van zeven etsen van Dante’s Divina Commedia behoren tot de mooiste kleurenprints ooit gemaakt.

Zijn grootste ambitie was toch vooral als kunstenaar erkend te worden; hij heeft geregeld geëxposeerd, zelfs in een eerbiedwaardig instituut als The Royal Academy, maar ook in de winkel in kousen, garen en band die zijn broer van zijn vader had overgenomen. Het was altijd zonder succes en de enige publiciteit die het opleverde waren zure, bijtende kritieken van scribenten die er helemaal niets van begrepen. Blake had echter één maecenas, Thomas Butts, een ambtenaar die een aanzienlijk deel van zijn inkomen besteedde aan het aankopen van Blake’s werk.

Een werk als het grote tableau van de Canterbury Pilgrims (gebaseerd op Chaucer), tempera op canvas (waar hij gewoonlijk met waterverf werkte) was wel degelijk bedoeld voor de verkoop en om daarmee een zekere reputatie als kunstenaar te verkrijgen; wat echter mislukte omdat zijn uitgever Cronek Blake’s ontwerp aan een andere kunstenaar gaf om uit te werken (iets dergelijks deed hij met de etsen die Blake gemaakt had als illustraties bij het gedicht The Grave van Robert Blair).

The Ancient of Days is één van Blake’s krachtigste voorstellingen: een woeste figuur met baard en lange grijze haren die, gezeten in een zon, zijn passer uitstrekt over de leegte beneden hem (zie de afbeelding onderaan dit stuk).

Wat zijn poëzie betreft: die kon al nauwelijks bij het grote publiek bekend zijn; Blake gaf die uit in eigen beheer, vaak rijk geïllustreerd en in beperkte oplagen, die hij dan ook nog het liefst onder vrienden uitdeelde. De meest toegankelijke van zijn gedichten werden nog wel gewaardeerd door tijdgenoten als Wordsworth en Coleridge, maar van de grotere (en naar het einde toe zelfs gigantische) epische gedichten zag eigenlijk niemand de werkelijke schoonheid en diepgang. Van zijn laatste (en wellicht zijn grootste) werk, het gedicht Jerusalem, zei Robert Southey, in zijn dagen de poet laureate (een soort Dichter des Vaderlands), maar als dichter het nauwelijks waard Blake’s schoenveters vast te maken, dat het ‘a perfectly mad poem’ was.

Die poëzie omspant, net als zijn beeldend werk, zijn gehele werkzame carrière. De meeste van de vroege gedichten, zoals de Poetical sketches (1783) en An island in the moon (1784) zijn kort en lyrisch van karakter; er zitten al juweeltjes tussen.

De bekendste lyriek van de vroege Blake betreft de Songs of Innocence (1789) en Songs of Experience (1794). Daarin staan een aantal van Blake’s bekendste gedichten, zoals The Tyger, The Lamb en London.

De Songs of Innocence zijn gedichten over kinderen, voor kinderen en vaak gesproken door kinderen. De woorden zijn simpel, voornamelijk één of twee lettergrepen; de boodschap is duidelijk en aansprekend. De figuren die in deze gedichten aan het woord zijn, spreken vanuit een gevoel van veiligheid en geborgenheid, in het bewustzijn beschermd te worden, of het nu door de watchman of the night is die over straat gaat en een oogje in het zeil houdt, of ‘God ever nigh’ [nabij]. De essentie daarbij is, dat het vooral gaat om het gevoel beschermd te worden, eerder dan de realiteit waarover dat gevoel gaat en die vaak heel anders is. Die discrepantie maakt de naïviteit uit waardoor veel van deze gedichten gekenmerkt worden. Want de realiteit is vaak eerder de wereld waarin The Chimney Sweeper uit het gelijknamige gedicht verkeert: wel degelijk hard en bedreigend; maar: “Tho’ the morning was cold, Tom was happy & warm”.

Songs of Experience zijn de complementen van de Songs of Innocence: gedichten over de onbeschermden; het gevoel daar is er geen van veiligheid en bescherming, maar van verraad: dit zijn de klachten van slachtoffers, schreeuwen van verontwaardiging en sociaal protest.

Het gedicht London vat samen wat de kern is van deze verzameling:
“I wander through each chartered street, near where the chartered Thames does flow and mark in every face I meet marks of weakness, marks of woe.”

De roos uit het gedicht The sick rose is even aangetast als de levens van de figuren die in deze gedichten worden opgevoerd dat zijn:
“The invisible worm, that flies in the night in the howling storm:
has found out thy bed of crimson joy:
and his dark secret love does thy life destroy.”

En om de tegenstelling tussen beide collecties te markeren: in het gedicht The Lamb (Songs of Innocence) wordt van de schepper gesproken:
“Doest thou know who made thee?... For he calls himself a lamb...”

Hetzelfde gebeurt in wat wellicht het bekendste gedicht is van de Songs of Experience: The Tyger, maar dan met een werkelijk angstaanjagend effect:
“Tyger, Tyger burning bright, in the forests of the night; what immortal hand or eye could frame thy fearful symmetry?” (Fearful symmetry, het is de titel van een diepgravende studie van Blake’s poëzie door de Canadese literatuurcriticus Northtrop Frye, één van de beste boeken wanneer je echt diep op die poëzie wilt ingaan).

In deze regels zijn de ledematen van de Schepper nauwelijks nog te onderscheiden van die van zijn bloeddorstige creatie. Maar kennelijk is de God die het lam schiep (en zelf een lam was) dezelfde als degene die dit angstaanjagende wezen op de wereld heeft gezet.

Meer gedichten uit beide verzamelingen lijken op deze wijze naar elkaar te verwijzen. In The Divine Image uit de Songs of Innocence worden ‘Mercy, Pity, Peace and Love’ opgevoerd als in en in menselijke kwaliteiten:
“For Mercy has a human heart, Pity a human face, and Love the human form divine and Peace the human dress.
Then every man of every clime that prays in his distress, prays to the human form divine Love, Mercy, Pity, Peace.
And all must love the human form in heathen, turk or jew. Where Mercy, Love and Pity dwell, there God is dwelling too.”

Maar in de tegenhanger van de Songs of Experience heet het:
“Pity would be no more, if we did not make somebody poor.
And Mercy no more could be if all were as happy as we...”
Vervolgens doen Fear & Cruelty hun intrede; de boom die de ‘fruits of deceit’ draagt kan nergens in de natuur gevonden worden, want:
“There grows one in the Human Brain.”

Rond 1787 vond Blake een nieuwe methode van etsen uit (Illuminated Printing noemt hij het zelf) die hem in staat stelde op een relatief snelle en economische manier zijn visuele en verbale inspiraties bij elkaar op één blad te zetten; Blake heeft altijd beweerd dat de geest van zijn broer Robert, die overleed in 1787, in de nacht aan hem was verschenen om hem het geheim van deze nieuwe techniek te openbaren.
Vanaf dat moment worden al zijn gedichten door illustraties begeleid, of liever gezegd: woord en beeld zijn onafscheidelijk geworden, het is niet meer mogelijk te zeggen welke van de twee primair is. Visueel ontwerp en tekst versterken en verhelderen elkaar.

En: de nieuwe methode sluit naadloos aan bij de werking van Blake’s geest; hij zag visioenen en hoorde woorden tegelijkertijd. Vanaf nu kon hij rechtstreeks op de koperen plaat zijn gedichten graveren en zijn illustraties aanbrengen. En: het grote voordeel was dat hij het gehele productieproces van zijn boeken in eigen hand kon houden: hij schreef de poëzie, ontwierp de illustraties, maakte de inkt klaar, bracht de inkt aan op de koperen plaat, drukte af (hij had een methode gevonden om dat zonder machinale pers te doen), kleurde in, bond de bladen in en verkocht de boeken. Dat laatste was overigens het minst succesvolle van het gehele proces; Blake was absoluut geen zakenman en heeft waarschijnlijk alleen maar geld verloren op de prachtige, eenmalige, handgemaakte edities die hij produceerde.

Hoe verschillend de vroege lyriek, qua vorm en eigenlijk ook qua inhoud, ook is van de latere epen, het wereldbeeld en de spiritualiteit van William Blake geven over de gehele linie, van de Songs of Innocence tot en met Jerusalem een opmerkelijke eenheid en consistentie te zien. Als eerste kennismaking daarmee is Marriage of Heaven and Hell uit 1790 heel geschikt. Het is Blake’s manifest, zijn verklaring van spirituele onafhankelijkheid. De vorm maakt Marriage of Heaven and Hell af en toe wat moeilijk om te volgen, met al zijn Proverbs from Hell en Memorable Fancies, omdat de retorische vorm die Blake gebruikt een dialektische is: bij een waarheid uitkomen met behulp van een voortgang van tegenstellingen, die dan vaak in korte aforismen worden uitgedrukt. Meteen aan het begin van het dichtwerk zegt hij het zo: “Without contraries is no progression. Attraction and Repulsion, Reason and Energy, Love and Hate, are necessary to Human Existence. From these contraries spring what the religious call Good & Evil. Good is Heaven. Evil is Hell.” Wat het dan vervolgens lastig maakt, is dat blijkt dat de genoemde tegenstellingen helemaal niet zo zwart wit liggen. Heaven & Hell; Angel & Devil; ook in de tweede term van deze begrippenparen liggen positieve waarden besloten. Met ‘Marriage’ bedoelt Blake dan ook dat de tegenstellingen opgeheven dienen te worden, echter zonder dat de één in de ander overgaat en daarmee zijn zelfstandigheid kwijtraakt.

In dit werk vind je een aantal van Blake’s essentiële ideeën op een bondige, aforistische manier uitgedrukt:

 “Energy is Eternal Delight” Energy is een centraal begrip bij Blake. Verwante begrippen zijn ‘excess’ (“The road of excess leads to the palace of wisdom”. “Exuberance is beauty”) en ‘desire’ (“He who desires but acts not, breeds pestilence”).
“Everything that lives is holy” (je zou dat zijn mantra kunnen noemen).
“All deities reside in the human breast” (een uitdrukking van wat de Middeleeuwse mysticus Eckhart de ‘Godsgeboorte in de ziel’ noemde en die Blake’s religiositeit, die een afkeer van alle geïnstitutionaliseerde religie omvatte, goed samenvat).
“One Law for the Lion and the Fox is Oppression”. Dat ieder organisme en ieder individu een strikt uniek karakter heeft en dus op zijn eigen wijze beoordeeld moet worden, is iets dat geregeld terugkeert; we zijn te zeer geneigd alles en iedereen dezelfde eenheidsbehandeling te geven: “The apple tree never asks the beech how he shall grow, nor the lion the horse, how he shall take his prey.”

Al die aforismen zijn a.h.w. de bouwstenen voor het latere, veel ambitieuzere werk.

Blake is de lyriek uit zijn begintijd steeds verder achter zich gaan laten; wat zich bij hem ontwikkelt zijn lange mythologische vertellingen in verzen zonder rijm waarin conventionele ideeën op het gebied van religie, politiek, psychologie en Natuur voortdurend worden uitgedaagd. Blake was een visionair en een revolutionair; in de eerste epische mythologieën is hij dat expliciet ook in politieke zin, getuige titels als The French Revolution (1791) en America (1793), waarin de Bastille en Lafayette (de Franse aristocraat die meestreed in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd); Washington en Franklin met naam en toenaam genoemd worden en het uiteindelijke streven dat wordt verwoord is: “Empire is no more! And now the Lion & Wolf shall cease”.
Politiek gezien moet Blake tot het linkse kamp gerekend worden, net als Percy Shelley een generatie na hem. Hij was zeer begaan met het lijden van de lagere klassen in Engeland, waaruit hij zelf voortkwam en waar hij zich nooit helemaal aan ontworsteld heeft (hij en zijn vrouw hebben grote armoede gekend).

Later, vanaf The Book of Urizen (1794) gaat het eerder om de strijd en de tegenstellingen binnen de menselijke ziel en om die adequaat te kunnen beschrijven vindt Blake een cast van geheel eigen mythologische karakters uit; zoals één van die figuren, Los, het zegt: “I must Create a System [Blake is gek op hoofdletters] or be enslaved by another Man’s.” De strijd binnen de menselijke ziel is er in eerste instantie één tussen Urizen (Rede) en Los (Verbeeldingskracht). Maar er komen steeds meer elementen bij: The Four Zoas zijn de primaire elementen waaruit de mens is opgebouwd en Los wordt later geïdentificeerd met Christus, door wie we ons met de godheid kunnen verenigen. De eeuwige rebel is Orc, die strijdt tegen alles wat macht en autoriteit vertegenwoordigt. Bijvoorbeeld de Engelse conservatieve culturele traditie in zijn totaliteit, zoals gerepresenteerd in de poetica van Pope, de esthetiek van Joshua Reynolds, de filosofie van Locke, de fysica van Newton en de ethiek van Francis Bacon; figuren die door Blake zo woest gekarikaturaliseerd worden dat het nauwelijks meer recht doet aan de inhoud van hun geschriften of aan hun filosofie en wereldbeeld. Het aggregaat van dat alles vinden we gepersonifieerd in de grote onderdrukker van de Engelse mens, de figuur Albion. Beulah is het lagere paradijs van illusoire verschijningen (gesteld tegenover ‘Real Vision’), enzovoort enzovoort.

Tegen de tijd dat we bij de apotheose van Blake’s poëzie zijn aangekomen (de lange, zeer moeilijke gedichten The Four Zoas, Milton en Jerusalem) is de mythologie een uiterst complex systeem geworden dat uitgebreide studie vereist (Harold Bloom heeft dat gedaan, hij is een grote hulp voor me geweest bij het enigszins wegwijs worden in dat systeem. Zijn boek The Visionary Company is een prachtige studie van de Romantics, van Blake tot en met John Keats).

Je kunt je afvragen waarom Blake zijn verhaal zo moeilijk toegankelijk gemaakt heeft voor ons lezers. Blake zelf heeft daar geen boodschap aan; citeert Bloom zijn uitspraak dat ‘what can be made explicit to the idiot, was not worth his care’. Maar daardoor veroordeelde hij zichzelf wel tot intellectuele eenzaamheid: zo weinig geestverwanten, volgers, mensen die zijn poëzie werkelijk wisten te waarderen... Die stem die grofweg tussen 1790 en 1810, de jaren van het ontstaan van de drie hoofdwerken, ‘crying in the wilderness’, zijn boodschap zo luid en overweldigend uitriep: moest dat gebeuren in een taal zo complex, dat er altijd interpretatoren nodig zijn om zelf de meest gewillige luisteraar daarin wegwijs te maken?

En toch... als je eenmaal een begin hebt gemaakt en een zeker inzicht hebt gekregen in de belangrijkste complexiteiten, dan ontmoet je diepe lagen en grote vergezichten waarin je jezelf niet meer kwijt raakt en die wel degelijk kunnen ontroeren; Blake’s methodologie is eigenlijk heel consequent en overzichtelijk. En waar Wordsworth een poëzie schreef die als het ware het beginpunt bleek te vormen voor de moderne dichtkunst, blijft Blake altijd trouw aan de (epische) traditie en is zo, ondanks alle moeilijkheden, tegelijkertijd ook weer prettig herkenbaar.

Iets anders is het religieuze element in zijn poëzie.

Blake werd een toegewijd gelovige waar het gaat om Christus als de belichaming van de menselijke verbeeldingskracht, die bij hem lijnrecht staat tegenover de autoriteit van God de Vader. Hij had echter niets met kerken en het geïnstitutionaliseerde Christendom (‘I will not worship in their churches’) en het traditionele geloof en het is goed om dat te bedenken wanneer je bij hem regels leest als:
“Glory Glory Glory, to the Holy Lamb of God! I touch the heavens as an instrument to glorify the Lord!” (uit Milton). Het gaat bij hem dan toch eerder om spirituele entiteiten dan om het traditionele beeld van de Vader-God (en het verwarrende daarbij is dat hij wel de traditionele termen blijft gebruiken om zijn uiterst persoonlijke visioenen te beschrijven).

Je kunt Blake zien als een profeet in de traditie van Ezechiel en de Engelse dichter die hij het meest bewonderde, John Milton; zijn verzen zijn, als die van Milton, profetische verzen. Ze zijn zeer ambitieus en wenden niets meer en niets minder voor ons te leren hoe we zouden moeten leven en ons daarbij uit te leggen waarom het zo verduiveld moeilijk is om te leven, in de zin van: leven als mensen die hun volle potentieel benutten in plaats van gewoonweg ‘natuurlijke’ wezens te zijn. ‘Natural’ is een beladen term voor Blake, die met betrekking tot de mensheid alles vertegenwoordigt waar we bovenuit zouden moeten stijgen. Hij maakt een scherp onderscheid tussen ‘natural’ en ‘imaginative’, waarbij dat laatste verwijst naar een zo volledig mogelijk gebruik van onze menselijke faculteiten, met name de verbeeldingskracht. ‘Menselijke natuur’ is voor Blake een totaal onacceptabele frase, een contradictio in terminus, of zoals hij zelf zegt, ‘an impossible absurdity’. Wat menselijk is aan ons, is onze verbeeldingskracht, de ‘Imagination’. Alles wat natuurlijk is in ons moet verlost worden door de verbeelding; gebeurt dat niet, dan gaan we tenonder.

Geregeld zijn er in het genoemde Marriage of Heaven and Hell verwijzingen naar de tekortkomingen van de natural man, hoe die nog niet boven zichzelf is uitgestegen en daarom maar niet wil zien wat er te zien is voor de ware visionair en niet door heeft hoe groots het universum is:
“How do you know but every bird that cuts the airy way, is an immense world, closed to your senses five?”
“The roaring of lions, the howling of wolves, the raging of the stormy sea and the destructive sword are portions of eternity too great for the eye of man.”
“When thou seest an Eagle, thou seest a portion of genius; lift up thy head!”

Kort voor zijn dood, zo wordt gezegd, ‘he burst out singing of the things he saw in Heaven’. Even daarvoor had hij in een brief aan een vriend geschreven:
“I have been very near the gates of Death & have returned very weak & and Old Man feeble & tottering, but not in Spirit & Life, not in the Real Man, the Imagination which Liveth for Ever. In that I am stronger & stronger as this Foolish Body decays.”

Eerder schreef hij aan dezelfde vriend: “I cannot consider death as anything but a removing from one room to another.”

Zijn vrouw Catherine zei ooit: “I have very little of Mr. Blake’s company; he is always in Paradise”. Voor Blake ‘Mental things alone are real’. De schoonheid van de natuurlijke wereld, de sterren aan de hemel, de zonsopgang, de zang van de leeuwerik, hij kon er intens van genieten, maar voor hem sprak dat alles tegelijkertijd en vooral van de glorie van God:
“’What’, it will be questioned, ‘When the Sun rises do you not See a round Disk of fire somewhat like a Guinea?’
‘O no, no. I see an Innumerable Company of the Heavenly Host crying ‘Holy Holy Holy is the Lord God Almighty’”.

Ik vind dit fantastisch, het zijn dit soort regels die mij Blake helemaal voor zich in hebben genomen. Voor mij heeft dit helemaal niets van kwezelachtige vroomheid; ik zie hier iemand die midden in het leven staat en ten volle geniet van alles om hem heen, die in staat is de werkelijkheid dieper te doorschouwen dan wij gewone stervelingen doen.

Hij leert ons (en dit hoort tot Blake’s bekendste regels) “to see a world in a grain of sand and a heaven in a wild flower, hold Infinity in the palm of your hand and Eternity in an hour.”

Blake was een overtuigd Christen en een toegewijd lezer van de Bijbel, maar de wijze waarop hij daar invulling aan gaf, was intens persoonlijk. Het enige leven dat voor Blake van belang was, was een leven in de geest, het bloeien van de verbeeldingskracht, visioenen van het Paradijs. Zijn tekeningen en schilderijen, zijn gedichten, zijn representaties van wat hij in zijn verbeelding zag en deze visioenen waren voor hem reëler dan de bomen en straten om hem heen die de werkelijkheid uitmaken waar wij het mee moeten doen.

“He who does not imagine in stronger and better lineaments and better light than his perishing mortal eye can see does not imagine at all.”

Uiteindelijk was het een religie van kunst en verbeelding die Blake voor zichzelf creëerde:
“The Old and New Testaments are the Great Code of Art... A Poet, a Painter, a Musician, an Architect: the Man or Woman who is not one of these is not a Christian. You must leave Fathers and Mothers and Houses and Lands if they stand in the way of Art.” En tenslotte, al het voorafgaande hierin samenvattend: “The Eternal Body of Man is the Imagination, that is God himself.”

Hierin ligt de kern van Blake’s wereldbeeld: wat we allemaal in onszelf moeten zien te ontwikkelen is ‘the Real Man the Imagination’, waarin de mens in wezen samenvalt met God en zijn hoogste menselijke expressie vindt in poëzie en schilderkunst.

Zijn leven lang werd Blake begeleid door zijn visioenen, door geesten die tot hem spraken en gedichten dicteerden (was het een wonder dat tijdgenoten hem zagen als geestelijk niet helemaal gezond? Terwijl hij het tegendeel was: mentaal gezonder en levendiger dan ieder van ons). Ik weet niet precies hoe letterlijk we die visioenen moeten nemen; voor Blake waren ze absolute realiteit: de aartsengel Gabriël bezocht hem, de Maagd Maria sprak tot hem, ‘The Prophets Isaiah and Ezekiel dined with me’.

De passage met de twee Oudtestamentische profeten is weer uit Marriage of Heaven and Hell. Blake vraagt aan Jesaja, die net ronduit heeft toegegeven met God gesproken te hebben, of hij niet bang is verkeerd begrepen of zelfs weggejaagd te worden.
“Isaiah answered: ‘I saw no God, nor heard any, in a finite organical perception; but my senses discovered the infinite in everything and as I was then persuaded & remain confirmed that the voice of honest indignation is the voice of God, I cared not for the consequences but wrote.”

Wat precies is wat Blake zelf deed.

“I am in God’s presence night & day and he never turns his face away.”
Hoewel, dat laatste was niet helemaal waar. De jonge dichter Samuel Palmer vertelde Blake ooit dat hij soms voelde hoe zijn creatieve vermogens hem verlaten hadden. Waarop Blake zich tot zijn vrouw wendt en tegen haar zegt: “’Is it not just so with us, is it not, for weeks together, when visions forsake us. What do we do the, Kate?’ ‘We kneel down and pray, Mr. Blake.‘”

Hierna wil ik een paar stukken wijden aan de laatste drie Prophetic poems die Blake schreef: The Four Zoas, Milton en Jerusalem.

The Ancient of Days


Shakespeare's Macbeth, deel II

De scène van de moord op Lady Macduff en haar kinderen is vrijwel ondragelijk. Je kunt je afvragen waarom Macduff zijn gezin niet heeft meeg...