vrijdag 10 januari 2025

Shakespeare's Macbeth, deel II

De scène van de moord op Lady Macduff en haar kinderen is vrijwel ondragelijk. Je kunt je afvragen waarom Macduff zijn gezin niet heeft meegenomen naar Engeland toen hij vluchtte, in plaats van hen onbeschermd achter te laten. Dit is wat Lady Macduff bedoelt als zij zegt: “He wants the natural touch”; ‘natural’ zou zijn : affectie voor zijn gezin hebben. Ze verwijt hem zijn handelen: “All is the fear and nothing is the love; as little is the wisdom, when the flight so runs against all reason.”

Er is een aangrijpend gesprek tussen de moeder en haar zoon, die wil weten waarom zijn vader gevlucht is. Het jongetje is verstandig en dapper, het maakt hun conversatie zo moeilijk om aan te horen in het licht van wat er te gebeuren staat.
De moeder vraagt haar zoon hoe hij verder denkt te kunnen leven nu zijn vader dood is (want voor haar is hij daadwerkelijk dood) - “As birds do mother
Lady Macduff: What, with worms and flies?
Son: With what I get, I mean; and so do they.”
Ongetwijfeld heeft Shakespeare hier gedacht aan Mattheus 6: 26: ‘Denk aan de vogels in het veld, zij maaien niet en zaaien niet, toch zorgt uw hemelse vader voor hen’. Maar ook dit krijgt een cynische bijklank door wat volgt.
Een boodschapper raadt Lady Macduff aan meteen te vluchten, maar zij is uiterst defaitistisch: “Whither should I fly? I have done no harm. But I remember now I am in this earthly world; where to do harm is often laudable, to do good sometime accounted dangerous folly...”

Waarop volgt (Enter Murderers) wat hier niet meer beschreven hoeft te worden.

De scène hierna geeft ons Macduff en Malcolm (beiden zijn gevlucht naar het hof van Edward the Confessor, de Engelse koning) in gesprek met elkaar. Dit gesprek heeft een dubbele betekenis. Uiteraard moet Macduff op de hoogte gesteld worden van de moord op zijn gezin, maar dat gebeurt pas na een paar honderd regels. Daarvoor is klinkt een soort van koorzang die, op de wijze van de oude Griekse tragedies, commentaar geeft op de situatie in Schotland, waar iedereen zucht onder het regime van Macbeth.
Macduff: “Each new morn new widows howl, new orphans cry, new sorrows strike heaven on the face...
Malcolm: “I think our country sinks beneath the yoke; it weeps, it bleeds; and each new day a gash is added to her wounds...”

Maar dan begint Malcolm een merkwaardige omtrekkende beweging, die echter ook goed verklaarbaar is: als zoon van de vermoorde Duncan moet Malcolm zeker weten dat hij Macduff volledig kan vertrouwen; zijn wantrouwen zal al gewekt zijn doordat Macduff zo gemakkelijk zijn vrouw en kinderen in de steek heeft gelaten:
Why in that rawness [zo onbeschermd] left you wife and child, those precious motives, those strong knots of love, without leave-taking?

Hij begint daarom met een uitgebreid exposé, dat bedoeld is om Macduff op de proef te stellen. Wanneer Macduff Macbeth als volgt omschrijft: “Not in the legions of horrid hell can come a devil more damn'd in evils to top Macbeth” (wat een goed voorbeeld is van wat ik zojuist omschreef als een becommentariërende koorzang), dan bevestigt Malcolm dat, om vervolgens te veinzen dat het Schotse volk onder hem nog veel slechter af is. Zijn begeerte naar vrouwen, beweert hij, kent geen grenzen en om zijn zucht naar rijkdom te bevredigen zal hij vele edelen onteigenen. En zo nog veel meer. Samenvattend: “Nay, had I power, I should pour the sweet milk of concord into hell, uproar the universal peace, confound all unity on earth.” Wat eigenlijk een spiegel is waarin we het bloedige regime van Macbeth gereflecteerd zien.

De goedgelovige Macduff volgt hem in alles en is opgelucht wanneer Malcolm hem vervolgens geruststelt dat hij het tegendeel is van alles wat hij hem heeft willen doen geloven.
Dan is er nieuws vanuit Schotland. Wij weten al wat de onheilsboodschap betreft, maar de boodschapper, Ross, stelt het allemaal zo lang mogelijk uit. In plaats daarvan geeft ook hij weer een verslag van wat de Schotten allemaal te lijden heb (
koorzang!); hij spreekt van ‘sighs and groans and shrieks that rent the air’ en ‘violent sorrow’.
Doden bij bosjes: “the dead man’s knell is there scarce ask'd for who; and good men’s lives expire before the flowers in their caps...”
Maar is zijn familie veilig?, vraagt
Macduff hem. “They were well at peace when I did leave 'em”. De vrede van het graf, hemelse vrede is wat hij bedoelt – het is duidelijk dat Ross de woorden niet uit zijn strot krijgt, tot uiteindelijk, na nog een aantal regels:
Your castle is surprised; your wife and babes savagely slaughter'd...”

Macduffs reactie gaat ons door merg en been:
All my pretty ones? Did you say all? O hell-kite! All? What, all my pretty chickens and their dam at one fell swoop?

Maar onder invloed van Malcolm wordt Macduff ertoe aangezet zijn verdriet te transformeren tot actie en te zien als de ultieme motivatie om Macbeth te onttronen (en te doden).
Malcolm: “Let grief convert to anger; blunt not the heart, enrage it...”
Macduff: “Gentle heavens, cut short all intermission. Front to front bring thou this fiend of Scotland and myself...”
Malcolm: “Macbeth is ripe for shaking, and the powers above put on their instruments.”

De toon voor het laatste bedrijf is gezet.
Lady Macbeth is dan krankzinnig geworden. Ze slaapwandelt en wordt gadegeslagen door een dokter, die erbij geroepen is door haar hofdame. Ze is bang van het donker, “she she has light by her continually”, zegt de hofdame; “Hell is murky [donker]” is één van eerste uitspraken van Lady Macbeth die we horen. Ze maakt bewegingen alsof ze continu haar handen aan het wassen is: “Out, damned spot”. Ze lijkt geobsedeerd door de moord op Duncan: “Who would have thought the old man to have had so much blood in him”, een regel die je niet licht vergeet.

Dan haken haar gedachten aan de moord op Lady Macduff en haar kinderen:
The thane of Fife had a wife: where is she now?-
What, will these hands ne'er be clean?... all the perfumes of Arabia will not sweeten this little hand. Oh, oh, oh!
En de moord op Banquo:
Banquo's buried; he cannot come out on's grave.” Ze probeert zichzelf gerust te stellen, maar het is weinig overtuigend. Tenslotte keert de
‘porter of Hell’s gate’ weer terug: “To bed, to bed! there's knocking at the gate... What's done cannot be undone.
Het zullen haar laatste woorden blijken te zijn...

We horen dat Malcolm en Macduff met de rest van de Schotse rebellen en een Engelse legermacht onderweg zijn. Macbeth hebben we al een tijdje niet op het toneel gezien, die heeft zich nu verschanst in Dunsinane castle. Hij is nog altijd vol zelfvertrouwen en beroept zich daarbij op de voorspellingen van de heksen:
Till Birnam wood remove to Dunsinane, I cannot taint with fear. What's the boy Malcolm? Was he not born of woman?... The mind I sway by and the heart I bear

shall never sag with doubt nor shake with fear.

Maar even later bekent hij toch, na de berichtgeveing over de naderende troepen, dat hij ‘sick at heart’ is. Het is hier dat zijn taal weer een verbazende kracht en een poëtische schoonheid krijgt:
I have lived long enough: my way of life is fall'n into the sear [is verschrompeld], the yellow leaf; and that which should accompany old age, as honour, love, obedience, troops of friends, I must not look to have; but, in their stead, curses, not loud but deep, mouth-honour, breath, which the poor heart would fain deny, and dare not.

Hij grijpt zich weer bij elkaar: “I'll fight till from my bones my flesh be hack'd.
Give me my armour.
Maar eerst nog wendt hij zich tot de dokter die zijn vrouw behandelt:
Canst thou not minister to a mind diseased, pluck from the memory a rooted sorrow, raze out the written troubles of the brain and with some sweet oblivious antidote cleanse the stuff'd bosom of that perilous stuff which weighs upon the heart?

Dit is zo prachtig verwoord dat we hier haast niet anders kunnen dan ons identificeren met Macbeth, en daarbij vergeten dat hij een moordzuchtige tiran is. Hij spreekt hier voor ons allemaal, want wie kan dit verdriet omtrent het lijden van een partner niet meevoelen? Het is verontrustend hoe dicht Shakespeare ons steeds weer bij de menselijkheid van de moordenaar brengt.

De volgende woorden zijn gesproken in wanhoop: “I will not be afraid of death and bane [destruction], till Birnam forest come to Dunsinane.
Zijn laatste strohalm...

De troepen van de Schotse rebellen, ondersteund door Engelse soldaten, zijn een belegering van Dunsinane Castle begonnen. Wanneer Malcolm roept: “Let every soldier hew him down a bough and bear't before him: thereby shall we shadow the numbers of our host and make discovery err in report of us”, wordt daarmee alvast één van de voorspellingen van de Weird Sisters ongedaan gemaakt: Birnam Wood marcheert wel degelijk op naar Dunsinane Castle, waar Macbeth nog steeds strijdbaar en moedig is:
Hang out our banners on the outward walls; the cry is still 'They come': our castle’s strength will laugh a siege to scorn: here let them lie till famine and the ague eat them up.”

Een schreeuw van vrouwen klinkt op in één van de vertrekken: het is het teken dat Lady Macbeth haar eigen leven heeft genomen. Macbeth weet nog niet wat de schreeuw beduidt, maar geeft wel aan dat zijn grote vijand, de Tijd, hem zover gebracht heeft dat zelfs de afschuwelijkste geluiden en gebeurtenissen hem niet meer doen opschrikken:
I have almost forgot the taste of fears; the time has been, my senses would have cool'd to hear a night-shriek... I have supp'd full with horrors; direness [verschrikkingen], familiar to my slaughterous thoughts cannot once start me.

Dan krijgt hij te horen dat zijn echtgenote dood is: “She should have died hereafter; there would have been a time for such a word.” Was ze maar op een geschikter moment gestorven, zodat hij wel de tijd en gelegenheid had om te rouwen en haar dood te betreuren. En dan volgt die machtige litanie die ik tot de meest indrukwekkende regels in Shakespeare reken:
Tomorrow, and tomorrow, and tomorrow [al die eindeloze tomorrows die niet meer zullen zijn], creeps in this petty pace from day to day to the last syllable of recorded time, and all our yesterdays have lighted fools the way to dusty death. Out, out, brief candle! [het leven zelf wordt gesmoord].

Life's but a walking shadow, a poor player [een wandelende illusie] that struts and frets his hour upon the stage and then is heard no more: it is a tale told by an idiot, full of sound and fury, signifying nothing.
Uitdrukking van het stadium van de ultieme hopeloosheid waarin Macbeth nu is terechtgekomen. Maar wat een schitterende poëzie!!

De grote Shakespeare-geleerde A.C. Bradley (auteur van het nog steeds zeer lezenswaardige Shakespearean Tragedy uit 1904) tracht in een essay te formuleren waarom we ons toch niet met afschuw afwenden van de figuur Macbeth, ondanks zijn gewelddadigheid en de nihilistische houding die hij tegen het einde van het stuk steeds meer is gaan aannemen. Er is ondanks dat alles, betoogt Bradley op een voor mij overtuigende manier, toch een bepaalde grootheid, zelfs goedheid in Macbeth, die we kunnen blijven bewonderen. Ik citeer Bradley (uit een essay over Shakespeare en Hegel):
“Is there not such good in Macbeth? It is not a question merely of moral goodness, but of good. It is not a question of the use made of good, but of its presence. And such bravery and skill in war as win the enthusiasm of everyone about him; such an imagination as few but poets possess; a conscience so vivid that his deed is to him beforehand a thing of terror, and, once done, condemns him to that torture of the mind on which he lies in restless ecstacy; a determination so tremendous and a courage so appalling that, for all its torment, he never dreams of turning back, but, even when he has found that life is a tale full of sound and fury, signifying nothing, will tell it out to the end though earth and heaven and hell are leagued against him; are not these things, in themselves, good, and gloriously good?”

Zijn moed en vasthoudendheid zijn bewonderenswaardig en er is die innerlijke strijd, zowel voor als na de daad, die we van dichtbij kunnen volgen, waardoor we Macbeth tot in zijn diepste gevoelens en overwegingen leren kennen en kunnen navoelen hoe hij, zelfs als alles totaal hopeloos is geworden, hij toch bereid is alle consequenties van zijn handelen ten volle te aanvaarden.

Een boodschapper brengt nieuws van wat je de uiterlijke manifestatie van Macbeths innerlijke afgrond zou kunnen noemen:
As I did stand my watch upon the hill, I look'd toward Birnam, and anon, methought, the wood began to move.
Macbeth: “I begin to doubt the equivocation [dubbelzinnigheid] of the fiend that lies like truth: 'Fear not, till Birnam wood do come to Dunsinane:' and now a wood comes toward Dunsinane. Arm, arm, and out!
Het einde is nabij,
Macbeth is nu moe van alles:
I ‘gin to be aweary of the sun, and wish the estate o' the world were now undone.

Ring the alarum-bell! Blow, wind! come, wrack! At least we'll die with harness on our back.

Als hij in zijn kasteel was gebleven had hij de vijand wellicht kunnen weerstaan, door te wachten ‘till famine and the ague eat them’. Door naar buiten te gaan bezegelt hij zijn eigen noodlot. Hij wil vechtend ten onder gaan.

Als we hem in de volgende scène zien, is hij alleen op het slagveld:
They have tied me to a stake; I cannot fly, but, bear-like, I must fight the course [een verwijzing naar de afschuwelijke beergevechten die in Shakepeare’s tijd plaatsvonden, waarbij een aan een paal vastgebonden beer werd verscheurd door honden]. What’s he that was not born of woman? Such a one am I to fear, or none.
Macbeth acht zichzelf nog steeds onverslaanbaar.

Ondertussen is Macduff op zoek naar de man die zijn familie heeft uitgemoord: “Tyrant, show thy face! If thou be'st slain and with no stroke of mine, my wife and children's ghosts will haunt me still.
Hij, en niemand anders, moet het zijn die Macbeth de fatale slag toebrengt. Hij begroet Macbeth op het slagveld: “Turn hell-hound, turn!”
Dit is het enige moment in het hele stuk waarop Macbeth spijt betuigt: “Get thee back; my soul is too much charged with blood of thine already.”
 Maar nog altijd is hij overtuigd van zijn eigen onkwetsbaarheid:
I bear a charmed life, which must not yield, to one of woman born.
Totdat Macduff hem zijn dood aanzegt met de volgende woorden: “Despair thy charm;

and let the Angel [hier in de zin van: demon] whom thou still hast served tell thee, Macduff was from his mother’s womb untimely ripp'd.” (De keizersnede kwam in Elizabethaans Engeland geregeld voor). Voor de tweede keer realiseert Macbeth zich dat hij het slachtoffer is van ‘the equivocation of the fiend that lies like truth’.
And be these juggling fiends no more believed, that palter with us in a double sense; that keep the word of promise to our ear, and break it to our hope. I'll not fight with thee.

Het is de enige keer dat Macbeth werkelijk bang is. Het is maar voor even. Hij grijpt al zijn moed bijeen:
Though Birnam wood be come to Dunsinane, and thou opposed, being of no woman born, yet I will try the last. Before my body I throw my warlike shield. Lay on, Macduff, and damn'd be him that first cries, 'Hold, enough!'
Het is de moed der wanhoop; het zullen zijn laatste woorden blijken te zijn.

We zijn geen getuige van Macbeths dood en moeten even in onzekerheid blijven, tot de buitengewoon theatrale opkomst van Macduff met het hoofd van Macbeth:
Hail, king! for so thou art [Malcolm, uiteraard]: behold, where stands the usurper's cursed head [op een paal]: the time is free.”

‘The time is free’. Het is een opluchting en bevrijding. De tiran Macbeth heeft zelfs de tijd in gijzeling gehouden. En toch is er ook iets in ons dat sterft met de Macbeths, ‘this dead butcher and his fiend-like queen’, zoals Malcolm ze noemt in de laatste speech van het stuk.

James Joyce werd ooit gevraagd welke auteur hij mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Zijn antwoord: “I should like to answer Dante, but I would have to take the Englishman because he is richer.”

Harold Bloom eindigt zijn boek over Macbeth als volgt:
“Shakespeare’bounty, like his Juliet’s, is as boundless as the sea. The more you take, the more he has, for his characters are infinite. Something in us dies with Macbeth... the iniquity [ongerechtigheid] of an imagination that does not know how to stop. And yet, for all its negativity, Macbeth’s vitality survives in our hearts. We cannot love him, but absorbing him heightens our sense of being.”



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Shakespeare's Macbeth, deel II

De scène van de moord op Lady Macduff en haar kinderen is vrijwel ondragelijk. Je kunt je afvragen waarom Macduff zijn gezin niet heeft meeg...