Mijn vorige stuk over Blake ben ik
geëindigd met de constatering dat hij zijn gedicht The four Zoas, waaraan hij zo’n tien jaar had gewerkt, ten slotte
heeft laten liggen. Het is zeker af, maar hij heeft er nooit platen voor
geëtst, zoals bij de andere profetische gedichten. Als voornaamste reden heb ik
genoemd, dat zijn conceptie van Het Laatste Oordeel niet meer die was van een
extern fenomeen, iets dat zich in de buitenwereld afspeelt, maar veeleer een
strijd binnenin de mens was geworden.
Het volgende, veel kortere, epische
gedicht, Milton, laat ons een
individuele dichter – profeet zien, John Milton, die Error verwerpt en Truth
omarmt, zodoende een Laatste Oordeel over zichzelf afroepend. Oorspronkelijk
had Blake een gedicht voor ogen, verdeeld over 12 boeken, net als Miltons
meesterwerk, Paradise Lost, maar het
zouden er uiteindelijk maar twee worden, zodat het geheel uiterst gecomprimeerd
is geworden.
Milton daalt uit de hemel neer en hij verenigt zich met Blake, treedt
letterlijk bij hem binnen, zodat dat Oordeel ook over Blake kan worden geveld.
![]() |
| John Milton |
In de slotregels van Milton, kun je gerust zeggen, proclameert Blake zijn persoonlijke profetische visioen, waarin Jezus Christus, de Four Zoas en de herrezen Mens Albion bij elkaar komen in Blakes eigen Felpham Vale voor zijn hoogstpersoonlijke wederopstanding:
“And I beheld the Twenty-four
Cities of Albion / arise upon their Thrones to Judge the Nations of the Earth /
and the Immortal Four in whom the Twenty-four appear Four-fold / arose around
Albions body: Jesus wept & walked forth / from Felpham Vale clothed in
Clouds of blood, to enter into / Albions Bosom, the bosom of death & the
Four surrounded him / in the Column of Fire in Felpham Vale; then to their
mouths the Four / applied their Four Trumpets & then sounded to the Four
winds.
Terror struck in the Vale – I stood at that immortal sound: / My bones trembled,
I fell outstretched upon the path / a moment, & my Soul returned into its
mortal state / to Resurrection & Judgement in the Vegetable Body [Blake
volgde Milton in de opvatting dat lichaam en ziel samen sterven en ook weer
samen opstaan]
and my sweet Shadow of Delight stood trembling by my side.
Immediately the Lark mounted with a
loud trill from Felphams Vale / and the Wild Thyme [leeuwerik en tijm zijn
symbolen van Los] from Wimbledon’s green & impurpled Hills and Los and
Enitharmon rose over the Hills of Surrey... Los listens to the Cry of the poor
Man: his Cloud / over London in volume terrific, low bended in anger...”
(Los heeft een totale transformatie
ondergaan ten opzichte van het dwalende wezen uit de eerste Nachten van de Four Zoas: hij heeft nu oog voor het
lijden van de mensheid en zijn woede geldt de eis van sociale rechtvaardigheid
die hij dwingend stelt. Hij is de profeet Amos geworden).
“... Wine presses & Barns stand
open; the Ovens are prepared / the Waggons ready: terrific Lions & Tygers
sport & play / All animals upon the Earth are prepared in all their
strength
to go forth to the Great Harvest
& Vintage of the Nations”
Deze laatste regel valt op te
vatten als een profetische strijdkreet, van een dichter-profeet die zwaar
geleden heeft, maar als overwinnaar uit al die beproevingen gekomen is.
Terug naar het begin.
Het gedicht begint met de beroemde hymne die iedere Engelsman kent en die mij
altijd weer ontroert wanneer ik die herlees:
“And did those feet in ancient time
walk upon Englands mountains green?
And was the holy Lamb of God
on Englands pleasant pastures seen?
And did the Countenance Divine
shine forth upon our clouded hills?
And was Jerusalem builded there
among these dark Satanic mills?
Bring me my Bow of burning gold
Bring me my arrows of desire:
Bring me my Spear. O clouds unfold!
Bring me my Chariot of Fire!
I will not cease from mental fight
nor shall my Sword sleep in my hand
till we have built Jerusalem
in Englands green & pleasant land”
Blake ziet zichzelf als erfgenaam
van Miltons Chariot of Fire, het voertuig, de merkabah, dat voor het eerst verschijnt in het visioen van Ezekiel,
waar een triomferende Yahweh erin heeft plaatsgenomen. In het prachtige Take arms against a sea of troubles, het
laatste boek dat Harold Bloom schreef (2020 – het boek werd pas na zijn
overlijden in oktober 2019 gepubliceerd), komen al zijn favoriete dichters, van
Shakeaspeare en Milton t/m Wallace Stevens en Hart Crane, nog een keer langs.
In zijn stuk over Blake (waarin hij m.n. ingaat op diens relatie tot Milton)
gaat hij in op het thema van de Chariot.
“It is difficult to accept Ezekiels Yahweh, who cares only that his name and
his power be recognized and seems to have forgotten his covenant with the
people of Judah”, zegt hij daar.
Dante, in de Purgatorio van zijn Divina Commedia, voert de triomferende
strijdwagen van de kerk op, maar vermijdt zoveel mogelijk de Yahweh van
Ezekiel. Aan een uitgebreide beschrijving wil hij zijn verzen niet verspillen,
schrijft hij over de strijdwagen, lees dat maar na bij Ezekiel.
Dan Milton, die the Son’s Chariot ten
tonele voert. Vier vurige cherublijnen “spread out their starry wings with
dreadful shade contiguous, and the orbs / of his fierce chariot rolled, as with
sound / of torrent floods, or of a numerous host.“
De Yahweh van het Oude Testament trad geregeld op als een oorlogsgod, maar
Jezus van Nazareth is een wel heel onwaarschijnlijke aanvoerder van de hemelse
troepen in hun strijd tegen de gevallen engelen, wat hij bij Milton wel is.
Blake zal dit alles in gedachten
hebben gehad, toen hij zijn eigen Chariot of Fire opvoerde.
Hij zal zichzelf ook gezien hebben als een eigentijdse Ezekiel; eerder dat dan
een High Romantic Poet in de traditie
van Wordsworth & Coleridge, Shelley & Keats. Hij wordt vaak in dat
rijtje geplaatst, maar zijn werk verschild wel heel erg van dat van deze
dichters, die onderling allemaal veel meer gemeen hebben dan met Blake.
Ezekiel is grimmig en bijna simpel in zijn concepties; in vergelijking met hem
is Blake een lichtende figuur, in vrede met zichzelf.
Beide profeten stellen zich voor thuisgekomen te zijn aan het einde van hun
werk, hoewel ze zich daar misschien in vergissen: poëtisch denken kan hoop en
verwachting creëren, maar geen intocht in het Beloofde Land mogelijk maken...
Vergelijk het einde van het boek
Ezekiel met dat van Jerusalem, Blakes
laatste werk:
“De omtrek [van de heilige stad Jeruzalem] is 18.000 el en de naam van de stad
zal voortaan zijn: de Heer is aldaar.” (Ezekiel 48:35)
“All Human Forms identified even
Tree Metal Earth & Stone. All Human Forms identified, living going forth
& returning wearied / into the Planetary lives of Years Months Days &
Hours reposing / and the Awaking into his Bosom in the Life of Immortality.
And I heard the Name of their
Emanations they are named Jerusalem
The End of the Song
of Jerusalem.
(Harold Bloom heeft willen aantonen
dat Blakes laatste meesterwerk Jerusalem
in opzet parallel loopt aan het boek Ezekiel)
Hoewel van oorsprong protestants,
was Blake ziel eerder Joods dan Christelijk: hij leerde zichzelf Hebreeuws en
was zich zeer bewust van de parallellen van zijn werk met de Kabbalah. Met name
de profetische boeken uit de Tanach vormen een grote inspiratie. Zonder de beide
Jesaja’s, Amos en Micha, Ezekiel en Jeremiah, was er nooit de Blake geweest
zoals wij die uit zijn werk kennen. Wat hij van die inspiratie gemaakt heeft,
is iets anders. Hij vertelde zijn eigen verhaal, niet dat van de profeten.
En om dat te doen, roept hij aan
het begin van Milton zijn Muzen aan,
in een passage die, zelfs al ben je allergisch voor Blakes profetische toon (en
ik zou me dat goed kunnen voorstellen) op iedereen grote indruk zou moeten
maken, niet in het minst omdat deze staat in een lange epische traditie, die van
Homerus t/m Milton:
“Daughters of Beulah! Muses who inspire the Poet’s Song, record the journey of
immortal Milton through your Realms / of terror & mild mooney lustre, in
soft sexual delusions / of varied beauty, that delight the wanderer and repose
/ his burning thirst & freezing hunger! Come into my hand / by your mild
power; descending down the Nerves of my right arm / from out the Portals of my
Brain, where by your ministry / the Eternal Great Humanity Divine planted his
Paradise.”
John Milton stierf in 1674. Honderd
jaar later begon de jonge William Blake zijn eerste gedichten te schrijven, de Poetical sketches. Wat heeft Milton
ertoe gebracht uit de hemel neer te dalen en opnieuw te incarneren in een
Engelse dichter?
“Say first, what moved Milton, who
walked about in Eternity / one hundred years, pondering the intricate mazes of
Providence / Unhappy though in heaven, he obeyed he murmered not; he was silent
/ viewing his Sixfold Emanation scattered through the deep / in torment! To go
into the deep her to redeem & himself perish?
What cause at length moved Milton to this unexampled deed?”
Die Sixfold Emanation is een afspiegeling van de zes vrouwen in zijn
leven, zijn drie echtgenotes en drie dochters, die afgescheiden is van hem en
voor wie hij terug moet om die te verlossen (de Emanation zal uiteindelijk op aarde aan hem verschijnen als de
maagd Ololon) en daarbij wellicht zelf om te komen (tenzij hij door het Oordeel
gered wordt en zijn eigen egoïsme – Blake spreekt van Selfhood – weet te overkomen).
Wanneer hij zich realiseert dat het
verkeerd was zijn Emanation in de
diepte achter te laten, spreekt Milton de volgende woorden; het is zijn
definitieve besluit om af te dalen:
“I will go down to self
annihilation and eternal death, / lest the Last Judgement come & find me
unannihilate / and I be seized & given into the hands of my own Selfhood.
The Lamb of God is seen through mists & shadows, hovering / over the
sepulchers in clouds of Jehovah & winds of Elohim / a disk of blood,
distant; & heavens & earth’s roll dark between
What do I here before the Judgement? without my Emanation?
With the daughters of memory, & not with the daughters of inspiration?
I in my selfhood am that Satan: I am the Evil One!
He is my Spectre! in my obedience to loose him from my Hells / to claim the
Hells, my Furnaces, I go to Eternal Death.”
Een briljante passage, waarin
Milton zichzelf identificeert met zijn eigen Satan, die hij in Paradise Lost de Hel in had gegooid.
Maar zijn afdaling in de Hells of Eternal
Death gebeurt, opdat hij zichzelf zal kunnen transformeren en tot een
evenbeeld maken van Eternal Life, en
de Marriage of Heaven & Hell zal
kunnen plaatsvinden.
Milton verlaat de Eeuwigheid en
neemt de gestalte van zijn eigen sterfelijke schaduw weer aan. Hij komt in een
spiraalvormige beweging naar beneden terecht, ziet in het voorbijgaan Albion en
valt nog dieper, in de ‘Sea of Time & Space’. Dan ziet hij Satan:
“The Spectre of Satan stood upon
the roaring sea & beheld / Milton... trembling & shuddering he stood
upon the waves... loud roll his thunders against Milton
Loud Satan thundered, loud & dark upon mild Felpham shore / not daring to
touch one fibre he howled round upon the sea...”
Blake ziet hem naderen als een
vallende ster, hij komt dichter en dichterbij en tenslotte komt hij bij Blake
naar binnen via zijn linkervoet (wat een nogal absurd beeld is):
“Then first I saw him in the Zenith
as a falling star, / descending perpendicular, swift as the swallow / and on my
left foot falling on the tarsus, entered there...”
De cruciale strijd die de nu
geïncarneerde Milton heeft uit te vechten is die met Urizen; een confrontatie
die veel weg heeft van Jacobs worsteling met de Engel.
“Silent they met, and silent strove
among the streams of Arnon... when with cold hand Urizen stooped down and took
up water from the river Jordan: pouring on / to Miltons brain the icy fluid
from his broad cold palm.
But Milton took the red clay of Succoth, moulding it with care / between his
palms; and filling up the furrows of many years / beginning at the feet of
Urizen, and on the bones / creating new flesh on the Demon cold, and building
him, / as with new clay a Human form in the Valley of Beth Peor.”
Dit is bij uitstek
Oud-testamentisch. Urizen is als de Jehova-achtige figuur die Jacob
confronteert bij Pniel, maar Milton wil meer dan Jacob, die alleen gezegend wil
worden. De Valley of Beth Peor is de
plek waar Mozes begraven ligt in het land Moab; een nieuwe menselijke vorm daar
te scheppen is de morele wet van Urizen die daar begraven ligt, vervangen door
een nieuwe Adam, door nog een keer de rode klei van Genesis 2 met lucht in te
blazen. En wat Milton tegelijkertijd doet is Urizen vernieuwen en verjongen,
‘creating new flesh’.
Los herinnert zich een oude profetie:
“That Milton of the land of Albion should up ascend forwards from Ulro from the
Vale of Felpham”. Ulro is de toestand van duisternis die ontstaat wanneer het
goddelijke visioen verloren gaat, iets wat kennelijk bij Milton het geval was.
Maar hij staat op het punt weer tevoorschijn te komen uit die duisternis.
En Blake zelf valt de volgende
Verlichting ten deel (waarin de merkwaardige relatie tussen de mens William
Blake en de in hem geïncarneerde Milton verhelderd wordt):
“But Milton entering my Foot [ik blijf het een koddig beeld vinden]; I saw in
the nether / Regions of the Imagination; also all men on Earth, / and all in
Heaven... in Ulro beneath Beulah [de tegenhanger van Ulro, een soort van
voorportaal van het Paradijs; zie hieronder], the vast breach of Miltons
descent, / but I knew not that it was Milton, for man cannot know / what passes
in his members till periods of Space & Time / reveal the secrets of
Eternity: for more extensive / than any other earthly things, are Man’s earthly
lineaments.
And all this Vegetable World
appeared on my left Foot, / as a bright sandal formed immortal of precious
stones & gold: / I stooped down & bound it on to walk forward through
Eternity”
Het lijkt dus een wederzijdse
beïnvloeding te zijn: een John Milton (die zichzelf gezuiverd heeft) gebruikt
Blakes lichaam om op aarde rond te kunnen wandelen en tegelijkertijd brengt dit
Blake in een volgend stadium: hij nadert de Eeuwigheid. Blake gebruikt zijn
poëtische voorganger om de dichter die hij uiteindelijk zou worden te
bekrachtigen en evenzeer tot een innerlijke zuivering te komen (het raadsel van
dit gedicht is ook, dat hoewel Milton in Blake incarneert en zo zijn eigen
strijd kan strijden, Blake toch ook als zelfstandig individu kan blijven
bestaan).
Bovenstaande passage kan het best
gelezen worden samen met een volgend visioen, waarin Los zich voegt bij Blake
en Milton:
“While Los heard indistinct in fear, what time I bound my sandals on / to walk
through Eternity, Los descended to me: / and Los behind me stood; a terrible
flaming Sun / just close behind my back; I turned around in terror and behold:
/ Los stood in that fierce glowing fire & he also stooped down / and bound
my sandals on... he kissed me and wished me health / and I became One Man with
him, arising in my strength: / ‘tWas too late now to recede. Los had entered
into my soul...”
Ik vind dit een schitterende
passage.
Milton die in Blake vaart en Los op soortgelijke wijze: ze betekenen Verlossing
voor Blake: de dwalingen van Experience
en Selfhood verlaten hem; hij is nu
vrij om het land Beulah binnen te gaan, wat een voorafschaduwing is van het
binnen gaan van Eden in het gedicht Jerusalem.
Beide landen, Eden en Beulah, zijn sterk verwant. Beulah is een aards paradijs,
geen Hemelse tuin en het heeft ook niet de ongevallen staat van Eden, waar het
een soort voorportaal van is.
Hiermee is het gedicht halverwege;
aan het begin van Boek II staat de meest volledige beschrijving die we vinden
bij Blake van het land Beulah, prachtige regels die zeker een nieuw lyrisch
hoogtepunt vormen in het gedicht Milton:
“First ever the morning breaks - joy opens in the flowery bosoms / joy even to
tears, which the Sun rising dries; first the Wild Thyme / and Meadow-sweet
downy & soft, waving among the reeds / light springing on the air, lead the
sweet Dance: they wake / the Honeysuckle sleeping on the Oak: the flaunting
beauty / revels along upon the wind; the White-thorn lovely May / opens her
many lovely eyes: listening the Rose still sleeps / None dare to wake her: soon
she bursts her crimson curtained bed / amd comes forth in the majesty of
beauty; every Flower: / the Pink, the Jessamine, the Wall-flower, the Carnation
/ the Jonquil / the mild Lily opens her heavens! every Tree, / and Flower &
Herb soon fill the air with an innumerable Dance / yet all in order sweet &
lovely, Men are sick with Love!
Such is the vision of the lamentation of Beulah over Ololon.”
Ondanks het feit dat Blake geregeld
Nature afwijst ten faveure van Imagination, heeft hij wel degelijk,
zoals blijkt uit bovenstaande passage, oog voor de schoonheid van de natuur.
Ololon is degene die Milton Beulah
binnen zal leiden, zij is de Emanation
die het doel is van zijn reis. Zij is al in Eden, maar ook zij daalt af, om de
dichter te zoeken die naar haar op zoek is. Het is een subliem moment als
Ololon verschijnt:
“Ololon appeared, a Virgin of twelve years nor time nor space / was to the perception
of the Virgin Ololon, / but as the flash of lightning but more quick the Virgin
in my Garden / before my Cottage stood.”
Milton spreekt haar aan over zijn
Selfhood, de Satan binnenin hem. Maar hij spreekt vervolgens ook de in een
vorig stuk door mij al geciteerde al genoemde regels over zijn bevrijding.
Hier zijn ze nogmaals, omdat ze zo
prachtig zijn:
“To cleanse the Face of my Spirit by Self-examination
To Bathe in the Waters of Life; to wash off the Not Human / I come in
Self-annihilation & the grandeur of Inspiration
To cast off Rational Demonstration by Faith in the Saviour
To cast off the rotten rags of Memory by Inspiration
To cast off Bacon, Locke & Newton from Albions covering
To take off his filthy garments & clothe him with Imagination
To cast aside from poetry, all that is not Inspiration.”
“To cast off the idiot Questioner
who is always questioning, / but never capable of answering; who sits with a
sly grin / silent plotting when to question, like a thief in a cave; / who
publishes doubt and calls it knowledge; whose Science is Despair / whose
pretence to knowledge is Envy; / that rages round him like a Wolf day &
night without rest...
These are the destroyers of Jerusalem, these are the murderers / of Jesus, who
deny the Faith & mock at Eternal Life: / who pretend to poetry that they
may destroy Imagination”
In het begin kan de Virgin Milton
nog niet begrijpen (“Are we contraries O Milton, thou and I... Thou goest to
Eternal Death & all must go with thee”), maar het is haar Schaduw die
spreekt en die haar even later met een schrille kreet verlaat, zodat zij hem nu
in zijn ware, bevrijde gedaante kan zien en als zijn bruid naast hem kan staan.
Op de hier aan het eind afgebeelde plaat 41 van het gedicht, één van Blakes
fraaiste creaties, zien we hoe de verloste Milton de berouwvolle Ololon troost.
(zie hieronder)
Zoals Milton nu Ololon aan zijn
zijde heeft, heeft Blake zijn bruid in Catherine, zijn echtgenote van vele
jaren.
(Blake, overigens, had zich geen
betere vrouw kunnen wensen dan zijn Catherine, en zij geen betere man dan haar
William. Hij leerde haar lezen en schrijven, zij assisteerde hem bij zijn
kunst, kleurde zijn etsen in. Op zijn sterfbed maakte hij een schets van haar
en noemde haar zijn engel.)
Nu, staande naast Milton en Ololon,
wordt hij herinnerd aan de realiteit van zijn visioen door de boodschappers van
Los, de geur van wilde tijm en de zang van de leeuwerik:
“Immediately the Lark mounted with
a loud trill from Felphams Vale / and the Wild Thyme from Wimbledon’s green
& impurpled Hills and Los and Enitharmon rose over the Hills of Surrey.”
En het gedicht eindigt met de al
eerder aangehaalde regels over de Grote Oogst: “to go forth to the Great
Harvest & Vintage of the Nations”.
Milton is Blakes
laatste Song of Innocence.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten