dinsdag 28 mei 2024

William Blake, the Four Zoas

The Four Zoas, manuscript, page 3
The four Zoas (of, zoals de oorspronkelijke titel luidde: Vala) is volgens Harold Bloom ‘the most energetic and inventive of Blakes poems’. De Zoas, the Four Mighty Ones, zijn Urthona, Urizen, Luvah en Tharmas. (Deze vier refereren aan de vier wezens rond Gods troon in het bijbelboek van de profeet Ezekiel, die hierna nog ter sprake zal komen. In het vierde hoofdstuk van het boek Openbaringen worden deze wezens vertaald in het Grieks als zoa - dieren; Blake gebruikt deze meervoudsvorm in het Engels als enkelvoud). Met zijn vieren constitueren zij Albion, de Mens van voor de zondeval (die, als zijn emanaties vallen, zelf ook mee-valt). De Mens die in zijn ongevallen vorm het totaal aan realiteit en menselijk potentieel vertegenwoordigt. (Hij is verwant aan de Adam Kadmon van de Kabbalah).

Urthona is de goddelijke smid die staat voor kunstzinnige scheppingskracht en inspiratie; zijn gevallen vorm is Los. Urizen staat voor het conventionele verstand en rigide wetgeving, de tegenhanger van de creatieve Los. Luvah representeert de liefde, voor Blake de ultieme emotie. Tharmas is de echtgenoot van Enion; met dit paar begint het gedicht.

Deze vier vormden ooit de Universal Brotherhood of Eden. Hoe zij gevallen zijn, de strijd die ze daarop moesten voeren en de mogelijkheid van hun vernieuwing, hun regeneratie, dat is waar het gedicht over gaat. Blake heeft er lang aan gewerkt, begon in 1795 (een eerste versie van het gedicht die Vala als titel had) en liet het project tenslotte, onafgemaakt, los in 1804. Kort voor zijn dood gaf hij het manuscript echter aan zijn discipel, de schilder John Linnell, zodat we kunnen aannemen dat hij er wel nog steeds de waarde van inzag. Maar er is dus geen gecompleteerde geïllustreerde versie van, zoals wel van de twe gedichten die volgen, Milton en Jerusalem.

Het gedicht begint als de gevallen staat van de Zoas net een feit is geworden en ontwikkelt zich in de richting van een steeds diepere verinnerlijking, totdat, aan het eind, ‘all deities reside in the human breast’. Alle Zoas zijn in feite ook innerlijke staten van de mens.

Het is ondoenlijk om de hele ontwikkeling van dit enorme gedicht te beschrijven of alle figuren die erin voorkomen te duiden, ik wil me beperken tot wat passages die voor mij een grote poëtische zeggingskracht hebben.

Het gedicht begint, zoals gezegd, met Tharmas: ‘parent power, darkening in the West’. De Tharmas van voor de Val representeerde Eenheid, de harmonie in de mens van Love, Intellect en Imagination, de oorspronkelijke Mens die door Blake Albion genoemd werd, en ook staat voor Britain. Toen die Mens ophield goddelijk te zijn en onze (materiële, zintuiglijke) wereld tot stand kwam, was Tharmas de eerste die viel. Zijn vrouwelijke tegenhanger Enion zegt over hem: “I have looked into the secret soul of him I loved / and in the Dark recesses found Sin & cannot return.” Een Zondeval dus eigenlijk, een wegvallen uit de oorspronkelijke, vergeestelijkte, eeuwige staat van Zijn.
Waarop Tharmas, ‘trembling and pale’, ‘weeping in the clouds’: “Why wilt thou Examine the very little fibre of my soul? ... Deadly nought shalt thy find in it / but Death Despair and Everlasting brooding Melancholy / Thou wilt go mad with horror if thou doest Examine thus / every movement of my secret hours. Yea I know / that I have sinned & that my Emanations have become harlots / I am already distracted at their deeds & if I look / upon them more Despair will bring self murder on my soul /
O Enion, thou art thyself a root growing in hell / though thus heavenly beautiful to draw me to destruction.”

Het is de pijn van een gevallen wezen, de pijn van de incarnatie in de beperkingen van het fysieke lichaam, de val van de Oneindigheid in een materiële wereld.

Enions sexuele omgang met the Spectre ofTharmas (die door de woede omtrent zijn gevallen staat een schaduw van zichzelf is geworden) brengt de huilende kinderen van de Songs of Experience voort: Los en Enitharmon, ruimte en tijd, afgezwakte verbeeldingskracht (hoewel Los als aardse tegenhanger van Urthona zo optimaal mogelijk gebruik maakt van die verbeelding) en inperkende vorm. Deze kinderen zullen spoedig hun moeder verwerpen en door de pijnlijke wereld van de Ervaring (Experience) gaan zwerven.

De weeklacht van Enion, een soort van Bijbelse klaagzang, lijkt mij één van de hoogtepunten in het werk van William Blake, het zijn grandioze regels, die ik hier uitgebreid wil aanhalen. Het is overduidelijk de stem van Blake zelf die we hier horen over de prijs die we door de val in de wereld van ervaring hebben moeten betalen en wat het kost om tot werkelijke wijsheid te komen:

“What is the price of Experience - do men buy it for a song / Or wisdom for a dance in the street? No! It is bought with the price / of all that a man hath - his house his wife his children / Wisdom is sold in the desolate market where none come to buy / and in the withered field where the farmer plows for bread in vain”

De centrale gedachte is dat de mens zijn onschuld heeft verloren en alleen plezier kan hebben wanneer hij het lijden van anderen negeert (het lijden van de mensheid die Blake zo na aan het hart gaat).

“It is an easy thing to triumph in the summer’s song / and in the vintage & to sing on the waggon loaded with corn
It is an easy thing to talk of patience to the afflicted
to speak the laws of prudence to the houseless wanderer
to listen to the hungry raven’s cry in wintry season / when the red blood is filled with wine & with the marrow of lambs

It is an easy thing to laugh at wrathful elements / to hear the dog howl at the wintry door, the ox in the slaughterhouse moan
to see a god in every wind & a blessing on every blast
to hear sounds of love in the thunderstorm that destroys our enemies’ house
to rejoice in the blight that covers his field & the sickness that cuts off his children,
while our olive & vine sing & laugh round our door & our children bring fruits & flowers

Then the groan & the dolor are quite forgotten & the slave grinding at the mill / and the captive in chains & the poor in the prison & the soldier in the field / when the shattered bone had laid him groaning among the happier dead

It is an easy thing to rejoice in the tents of prosperity...”

Maar, zegt Blake dan, na deze hartverscheurende klaagzang: “Thus could I sing & thus rejoice, but it is not so with me!”

Ondertussen heeft Albion, nog één keer opgerezen ‘upon his Couch of Death’ Urizen opgeroepen de scepter op te pakken en orde in de chaos te brengen. Urizen is nu de ‘great work master’, een demiurg die de hedendaagse realiteit verder vorm zal geven en haar (beperkende) wetten zal vastleggen. Hij is gezeten op een troon waarvan de treden met ijspegels bekleed zijn. Hij vertegenwoordigt de koude ratio: “... thou art compelled [wordt er tegen hem gezegd] to forge the curbs of iron & brass to build the iron mangers / to feed them with intoxication from the wine presses of Luvah / till the Divine Vision & Fruition is quite obliterated...“
... en maakt eens temeer duidelijk wat er allemaal verloren is gegaan: “Golden & Beautiful [de wereld van Urizen kent wel degelijk een zekere schoonheid] but O how unlike those sweet fields of bliss / where liberty was justice & eternal science was mercy”

Een Zondvloed als die van Noach komt over de wereld en daarmee Tharmas, nu als het principe van de chaos, waar hij eerst de geest van eenheid en harmonie was. Zelden zal de chaos zo eloquent verwoord zijn: “Fury in my limbs, destruction in my bones & marrow / my skull riven into filaments, my eyes into sea jellies / floating upon the tide wander bubbling and bubbling / uttering my lamentations & begetting little monsters / who sit mocking upon the little pebbles of the tide in all my rivers... O fool fool to lose my sweetest bliss...”

Aan Los nu de taak om een orde in de chaos te hameren en hij doet dat furieus, in grote woede ontstoken nu hij niets dan gevallen vormen om zich heen ziet:
“Infected Mad he danced upon his mountains high & dark as heaven. / Now fixed into one steadfast bulk his features stonify / from his mouth curses & from his eyes sparks of blighting / beside the anvil cold he danced with the hammer of Urthona terrific pale“
Zelden heb ik zulke krachtige, energieke poëzie gelezen.

Los heeft een machtige strijd te strijden, maar hervat uiteindelijk, samen met zijn zuster Enitharmon, het scheppende werk, de waarde waarvan hij uitdrukt in de volgende woorden:
“Stern desire I feel to fabricate embodied semblances in which the dead / may live before us in our palaces & in our gardens of labour / which now opened within the centre we behold spread abroad / to form a world of Sacrifice of brothers & sons & daughters...
Look my fires alume afresh before my face ascending with delight as in ancient times”

De paleizen zijn die van een City of Art, een Nieuw Jeruzalem, door Blake Golganooza genoemd, een soort samentrekking van New Golgotha, om zo de plaats van de Kruisiging te vervangen. Want deze nieuwe schepping voorziet in lichamen voor de op handen zijnde Opstanding.

De Openbaring van Night the ninth heb ik al eerder geciteerd; het is een ware apocalyps die een nieuwe werkelijkheid ontvouwt. Hier nog een keer, want het is een waar hoogtepunt:
“And Los & Enitharmon builded Jerusalem weeping / over the Sepulcher & over the Crucified body / which to their Phantom Eyes appeared still in the Sepulcher.
But Jesus stood beside them in the Spirit Separating / their Spirit from their body. Terrified at Non Existence / For such they deemed the death of the body. Los outstretched his right hand branching out in fibrous Strength / seized the Sun. His left hand like dark roots covered the Moon / and tore them down cracking the heavens across from immense to immense / Then fell the fires of Eternity with loud & shrill
Sound of Loud trumpet thundering along from heaven to heaven
A mighty sound articulate: “Awake ye dead & come
to Judgement from the four winds Awake & Come away”
folding like scrolls of the Enormous volume of Heaven & Earth
with thunderous noise & dreadful shakings rocking to & fro
the heavens are shaken & the Earth removed from its place
The foundations of the Eternal hills discovered
the thrones of the kings are shaken they have lost their robes and crowns
The poor smite their oppressors, they wake up to the harvest / the naked warriors rush together to the sea shore / trembling before the multitudes of slaves now set at liberty.”

Maar ook moet alles wat onwerkelijk is vernietigd worden – en ook die regels zijn buitengewoon indrukwekkend (maar ook wreed en afschrikwekkend):

“The tree of Mystery went up in folding flames / blood issued out in mighty volumes in whirlpools fierce... Kings in their palaces lie drowned... Castles drowned in the black deluge Shoal on Shoal... till all Mystery’s tyrants are cut off & not one left on Earth”

Het doet Albion uitschreeuwen tegen ‘the war within my members’ en met een laatste beroep op Urizen weet hij hem te bewegen zijn positie op te geven.
Uiteindelijk werken alle Four Zoas, de hernieuwde Urizen; Tharmas weer aan de zijde van Enion; Luvah met haar wijnpers en Urthona als hemelse smid die, net als de klassieke Hephaistos, mank loopt – alle vier werken ze aan iets dat in de volgende regels op een wijze die uniek is in de literatuur en buitengewoon levendig wordt voorgesteld als iets dat heel dicht in de buurt van een soort van Paradijs komt:

“Return O Love in peace ... They must renew their brightness & their disorganized functions / again reorganize till they resume the image of the human / co-operating in the bliss of Man obeying his Will / servants to the infinite & Eternal of the Human form”

Tharmas en Luvah laden ‘the waggons of heaven’ en brengen de ‘wine of ages with solemn songs of joy’. Er branden vuren die geen mouw in brand zouden kunnen steken:
“How is it that we have walked through fires & yet are not consumed
How is it that all things are changed even as in ancient times”

Het is allemaal beeldschoon en oneindig inventief, maar Blake moest het loslaten. Het Laatste Oordeel, begon hij meer en meer te vermoeden, was niet zo dramatisch als dit en eigenlijk nauwelijks een extern fenomeen. Na 1804 zou voor Blake de strijd zich vooral binnenin de mens afspelen, niet in de uiterlijke kosmos. “Whenever any Individual Rejects Error & Embraces Truth, a Last Judgement passes upon that Individual.”

Het volgende, veel kortere, epische gedicht, Milton, laat ons een individuele dichter – profeet zien, John Milton, die Error verwerpt en Truth omarmt, zodoende een Laatste Oordeel over zichzelf afroepend.


Illustratie: verhouding tussen the four Zoas zoals verbeeld in Blake’s volgende gedicht: Milton

 

 

dinsdag 14 mei 2024

William Blake: the Prophetic Poems

Illustratie: schets van Blake door John Flaxman

William Blake is in essentie een mysticus. In een brief uit 1827, kort voor zijn overlijden schrijft hij dat hij de dood nabij is en zich lichamelijk zwak voelt, ‘but not in Spirit and Life, not in the Real Man The Imagination which Liveth for Ever’. Hij was een visionair, verwant aan de dichters Dante, Milton en Shelley (die een generatie jonger was dan Blake), die dat ook waren.

Blake ziet ‘the Real Man The Imagination’ als het onsterfelijke deel van de mens, in de zin van Genesis 5 vers 24: “En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.” Deze term is verwant aan wat de gnostici pneuma noemen, de vonk van goddelijkheid in ieder van ons.
(Behalve de gnostiek vind je delen van allerlei andere denksystemen bij Blake. Zijn spiritualiteit is in hoge mate idiosyncratisch. Hij verzon zijn eigen mythologie, maar leende ook van het Neoplatonisme - in die tijd in het Engels geïntroduceerd door Thomas Taylor, die heel belangrijk is geweest voor de spirituele ontwikkeling van veel van de Romantic Poets - en de Kabbalah, van Jacob Boehme en Meister Eckhart, van Paracelsus en Emanuel Swedenborg.)
Blake’s overtuiging was dat God enkel en alleen ín de mens kan bestaan, maar dat de mens opgetild moet worden tot de perceptie van de Oneindigheid (en daarin hebben dichters-profeten als Blake een belangrijke taak).
“God becomes as we are, that we may be as he is.”
En: “If the doors of perception [Aldous Huxley vond zo de titel van één van zijn romans in Blake] were cleansed everything would appear to man as it is, infinite.
For man has closed himself up, till he sees all things through narrow chinks in his cavern.” (Uit: Marriage of Heaven and Hell)

Poëzie en schilderkunst (waarin hij ook excelleerde, hoewel ik zijn poëzie hoger aansla) waren voor Blake: profetie; de profetie van ‘the Real Man The Imagination’. Dat is Blake’s evangelie.

Eén van zijn vele citeerbare uitspraken luidde: “I must create my own system, so as not to be enslaved by another man’s.”

Het vroege werk van Blake, dat ik in een eerder stuk beschreven heb en dat zijn hoogtepunt vindt in de Songs of Innocence en de Songs of Experience, is bedrieglijk eenvoudig; het latere werk, en dan met name de drie profetische boeken waarover ik hier wil schrijven (zijn belangrijkste werken: The Four Zoas, Milton en Jerusalem) zijn voor de gemiddelde lezer buitengewoon moeilijk; ik heb dan ook Harold Blooms boek over de Engelse romantische dichters, The Visionary Company, nodig gehad om mij in Blake wegwijs te maken. (Bloom is een geweldige gids als het om Blake gaat; hij heeft zich meer dan 60 jaar met die poëzie bezigggehouden).
Blake wijdt zijn lezers in in een geheel eigen wereld, op een kosmische schaal en met (deels zelf gecreëerde) mythologische wezens. Een tot het uiterste toe georganiseerde visionaire wereld, waarin alles zijn plek heeft; om iets vergelijkbaars van recenter datum te vinden zou je moeten kijken naar het (op het eerste gezicht even ontoegankelijke) laatste werk van James Joyce, Finnegans Wake. En wat hij (Blake dan, niet Joyce) voor ogen heeft is niets minder dan de spirituele redding van de mensheid.

Dit alles maakt het werk van Blake (en dan bedoel ik vooral de laatste drie profetische boeken) niet bepaald tot kost voor de gemiddelde lezer. Maar dat geldt ook voor Dante’s Divina Commedia, Miltons Paradise lost, Goethe’s Faust, de grote romancyclus van Proust, A la recherche du temps perdu, of de twee grote romans van James Joyce. Dit is literatuur die op den duur, naarmate er steeds minder gelezen wordt, achter onze horizon gaat verdwijnen. Het zal dan alleen nog bestudeerd worden door enkele specialisten. En misschien is dat zelfs met het werk van Shakespeare het geval.

Blake begon, net als zijn jongere collega Shelley, als politiek, revolutionair activist. Dat hing toen in de lucht en de regerende premier, William Pitt, nam zo zijn maatregelen. Omdat hij totaal niet de wens had om naar Australië verscheept te worden of in His Majesty’s Prison terecht te komen, heeft Blake zich vervolgens beperkt tot het uiten van zijn verontwaardiging in de (niet voor publicatie bestemde) Notebooks en in de profetische boeken, waarin het sociale protest zo verhuld is achter de opgetrokken mythologie, dat niemand hem hierom zou kunnen veroordelen.

Maar jezelf te moeten verbergen kost ook wat, zeker als je genie in essentie een profetisch genie is. Profeten razen niet in afzondering, ze gaan de straat op om gehoord te worden. Maar Blake wilde dat niet meer, begon de revolutie te wantrouwen, zag die ook niet meer als zijn medium: de Prometische Orc, Blake’s archetypische revolutionair, hield op een heroïsche rebel te zijn en werd vervangen door Los, de profeet met de hamer, de dichter-etser die in voortdurende strijd verwikkeld was met zijn eigen Spectre of Urthona, zijn neiging tot zelfingenomenheid. Los was ongetwijfeld de figuur met wie Blake zich het meest identificeerde. De missie van een profeet vraagt om totale openheid en eerlijkheid, en dat was ook Blake’s eigen strijd.

Die strijd vind je terug in het gedicht Jerusalem: de strijd tussen Blake’s profetische gave, gedramatiseerd in Los, en zijn innerlijke wanhoop, een stem gegeven door the Spectre of Urthona:

“But my griefs advance also, for ever & ever without end / O that I could cease to be! Despair! I am Despair / created to be the great example of horror & agony; also my / Prayer is vain – I called for compassion... knowing and seeing life, yet living not; how can I then behold / and not tremble; how can I be beheld & not abhorred...”

The Spectre of Urthona is een expressie van Blake’s persoonlijke situatie als profeet en outcast; hij werd als dichter en schilder toch vooral gezien als een excentriekeling. Er is het fascinerende, huiveringwekkende beeld van Los die hamerend op zijn aambeeld bezig is zijn eigen Spectre (zeg maar, zijn Spookbeeld) vorm te geven: het pijnlijke beeld van de zwoegende, lijdende kunstenaar die zijn eigen depressie te boven probeert te komen door als dichter-etser onophoudelijk te werken. Het was Blake’s eigen pijn en wanhoop, de pijn van het scheppen:
“Los beheld undaunted furious his heaved Hammer; he swung it round & at one blow, / in unpitying ruin driving down the pyramids of pride / smiting the Spectre on his Anvil & the integuments [bedekkingen] of his Eye / and ear unbinding in dire pain, with many blows, / of strict severity self-subduing & with many tears labouring...
Thus Los altered his Spectre & every Ratio of his Reason / he altered time after time, with dire pain and many tears / till he had completely divided him into a seperate space.”

Een formidabele passage die klinkt als een serie hamerslagen. Los kan zijn Selfhood, his Spectre, niet vernietigen, maar wel zodanig veranderen dat al zijn wanhoop opgesloten blijft in een apart deel van zijn creatieve geest. Zodat hij weer verder kan.

In het gedicht dat aan Jerusalem vooraf gaat, Milton, lezen we hoe een bevrijde John Milton (Engelands grootste dichter vóór Blake, die Milton, de dichter van Paradise Lost en de schepper van Satan, zeer bewonderde) zijn versie van the Spectre, ‘the idiot Questioner’ (hij die altijd maar vragen blijft stellen en nooit één antwoord heeft), van zich afgooit en een buitengewone getuigenis geeft van de bevrijde ‘imagination’ of verbeeldingskracht; voor een dichter zo cruciaal:

“To cleanse the Face of my Spirit by Self-examination
To Bathe in the Waters of Life; to wash off the Not Human / I come in Self-annihilation & the grandeur of Inspiration
To cast off Rational Demonstration by Faith in the Saviour
To cast off the rotten rags of Memory by Inspiration
To cast off Bacon, Locke & Newton [Blake’s grootste intellectuele vijanden voor wie hij geen goed woord over heeft, maar ook nooit werkelijk recht doet] from Albions covering [Albion is bij Blake, behalve de ongevallen Mens, ook de Spirit of England]
To take off his filthy garments & clothe him with Imagination [hét sleutelwoord voor Blake]
To cast aside from poetry, all that is not Inspiration.”

Schitterende regels vind ik dit. En:
“To cast off the idiot Questioner who is always questioning, / but never capable of answering; who sits with a sly grin / silent plotting when to question, like a thief in a cave; / who publishes doubt and calls it knowledge; whose Science is Despair / whose pretence to knowledge is Envy; / that rages round him like a Wolf day & night without rest...
These are the destroyers of Jerusalem, these are the murderers / of Jesus, who deny the Faith & mock at Eternal Life: / who pretend to poetry that they may destroy Imagination”

Dit is een sublieme proclamatie. ‘To cleanse the Face of my Spirit by Self-examination’, ‘To Bathe in the Waters of Life; to wash off the Not Human’, dat zouden we allemaal wel willen, toch? Echter, slechts weinigen onder ons (en misschien wel helemaal niemand) kunnen zeggen dat ze een grandeur van inspiratie hebben die te vergelijken valt met een Blake, een Milton.

De Spectre en de Questioner te negeren, ze te verslaan, ’to cast aside from poetry, all that is not Inspiration’, dát was waar het Blake om ging, dat was zijn kunstzinnig-visionaire proces. De absolute verdediging van zijn inspiratie tegen degenen (wat frequent gebeurde) die hem van krankzinnigheid beschuldigden.

Wat Blake’s epiek voortdrijft is een furieuze retorische energie; de geëxalteerde toon en de veelheid aan mythologische beelden kunnen de lezer eerst afschrikken – maar je hoeft ook niet exact te weten waar alles voor staat, denk ik dan. Mijn ervaring is dat je er, als je er eenmaal een klein beetje in thuis raakt en aan de gedragen toon (die ik prachtig vind) gewend bent, je er helemaal in meegenomen wordt. Kijk bijvoorbeeld naar de fantastische opening van Night the Ninth, being the Last Judgement in de eerste van de drie grote epen, The Four Zoas:

“And Los & Enitharmon [een emanatie van Los, de vrouwelijke tegenhanger van Urthona] builded Jerusalem weeping / over the Sepulcher & over the Crucified body [je vindt vaak bijbelse beelden bij Blake, maar hij geeft er zijn geheel eigen draai aan; de Bijbel was voor hem ‘the Great Code of Art’] / which to their Phantom Eyes appeared still in the Sepulcher.
But Jesus [Blake was een groot liefhebber van Jezus, hij was voor hem de belichaming van ‘the Imagination’; met God de Vader stond hij meer op gespannen voet] stood beside them in the Spirit Separating / their Spirit from their body. Terrified at Non Existence / For such they deemed the death of the body [wat voor Blake beslist niet ‘Non Existence’ betekende]. Los outstretched his right hand branching out in fibrous Strength / seized the Sun [prachtig beeld!]. His left hand like dark roots covered the Moon / and tore them down cracking the heavens across from immense to immense / Then fell the fires of Eternity with loud & shrill
Sound of Loud trumpet thundering along from heaven to heaven
A mighty sound articulate: “Awake ye dead & come
to Judgement from the four winds Awake & Come away”
folding like scrolls of the Enormous volume of Heaven & Earth
with thunderous noise & dreadful shakings rocking to & fro
the heavens are shaken & the Earth removed from its place
The foundations of the Eternal hills discovered
the thrones of the kings are shaken they have lost their robes and crowns
The poor smite their oppressors [sociale kritiek blijft doorklinken in de profetische boeken] they wake up to the harvest / the naked warriors rush together to the sea shore / trembling before the multitudes of slaves now set at liberty.”

Ik vind dit een prachtige cadans waarin je terecht komt. Dit is nauwelijks met iets anders te vergelijken. “And tore them down cracking the heavens across from immense to immense” alleen al vind ik een geweldige regel.

Of deze regels dan, die daar kort op volgen:
“The Spectre of Enitharmon let loose on the troubled deep / wailed shrill in the confusion & the Spectre of Urthona received her in the darkning South
[en met name deze beschrijving van de ontmoeting vind ik heel mooi en treffend:]
their bodies lost they stood
trembling & weak a faint embrace a fierce desire as when / two shadows mingle on a wall [je ziet dat zo voor je, toch?]
they wail & shadowy tears fell down & shadowy forms of joy mixed with despair & grief
their bodies buried in the ruins of the Universe / mingled with confusion.”

Naast Imagination is Vision voor Blake een centrale term. Veel van zijn metaforen zijn inderdaad visionair, zo ontzettend krachtig en dynamisch. Maar wat William Butler Yeats Blake’s ‘beautiful, laughing speech’ noemde is zeker ook één van zijn aantrekkelijke kanten, iets wat poëzie van Blake lezen tot zo’n genot maakt. Wat Harold Bloom aanduidt als ‘exuberance’: zijn opgewekte uitbundigheid. Luister maar:

“Mental things alone are Real; what is called Corporeal, Nobody Knows of its Dwelling Place: it is in Fallacy & its Existence an Imposture. Where is the Existence Out of Mind or Thought? Where is it but in the Mind of a Fool? ... Error is Created. Truth is Eternal. Error, or Creation, will be Burned up & then & not till Then, Truth or Eternity will appear... I assert for My Self that I do not behold the outward Creation & that to me it is hindrance & not Action; it is as Dirt upon my feet, No part of Me. “What,” it will be Questioned, “When the Sun rises, do you not see a round disc somewhat like a Guinea?” O no, no, I see an Innumerable company of the Heavenly host crying “Holy, Holy Holy is the Lord Almighty.”

Ik vind dit ronduit Geweldig. Blake ziet een goddelijke immanentie in alle objecten van perceptie. Er is voor hem geen onderscheid tussen transcedentie en immanentie.
De uitbundigheid die het uitschreeuwt in bovenstaand fragment is wel de essentie van Blake’s genie; en daarnaast zijn autonomie, de moed om alles steeds weer voor zichzelf opnieuw te her-zien en te her-denken.

Maar inderdaad, ze zijn moeilijk en ongelofelijk complex, Blake’s Prophetic poems. Zonder Harold Bloom als gids was ik er ongetwijfeld helemaal in vastgelopen. Maar zoals Northrop Frye, de Canadese literatuurcriticus en één van Blake’s meest scherpzinnige en diepgravende commentatoren, over deze gedichten zei: “they are difficult because it was impossible to make them simpler.” Ik heb de volgende uitspraak van Blake al eens geciteerd in een vorig stuk, maar hij is te mooi om hem niet op deze plaats nog eens te herhalen: “What can be made Explicit to the idiot is not worth my care.”


Bij de illustratie: Newton, door William Blake

Blake zag imagination (verbeeldingskracht) als het belangrijkste element van het menselijk bestaan. Daarin botste hij met de Verlichtingsidealen van rationalisme en empirisme. Zich baserend op zijn visionaire, spirituele overtuigingen voerde hij oppositie tegen Newtons model van het universum. Zoals in het gedicht Jerusalem:

“I turn my eyes to the Schools & Universities of Europe
And there behold the Loom of Locke whose Woof rages dire
Wash’d by the Water-wheels of Newton. Black the cloth
In heavy wreathes folds over every Nation; cruel Works
Of many Wheels I view, wheel without wheel, with cogs tyrannic
Moving by compulsion each other: not as those in Eden: which
Wheel within Wheel in freedom revolve in harmony & peace.

Shakespeare's Macbeth, deel II

De scène van de moord op Lady Macduff en haar kinderen is vrijwel ondragelijk. Je kunt je afvragen waarom Macduff zijn gezin niet heeft meeg...