dinsdag 25 oktober 2022

Shakespeare’s A midsummernight’s dream, deel 1

De 18e eeuwse criticus Samuel Johnson vroeg zich af waarom Shakespeare’s A midsummernight’s dream eigenlijk zo heet, terwijl uit de tekst toch overduidelijk blijkt dat het grootste deel van de handeling zich afspeelt op de nacht en ochtend van May Day, de eerste mei dus. De titel kan in dit geval slaan op het tijdstip van opvoering, dat is wel met meer Shakespeare stukken het geval. Zie bijvoorbeeld Twelft night: opvoering op de laatste van de 12 heilige nachten na Kerst, Driekoningenavond dus. En in  The Winter’s tale zit een scène waarin een compleet corso van voorjaarsbloemen opgevoerd wordt; in de tijd rond Kerst trad Shakespeare’s gezelschap vaak op aan het hof waarbij dan nieuwe stukken in première gingen; vandaar de winterse titel voor een lentestuk. A midsummernight’s dream zou dan een May play zijn, opgevoerd met midzomer.

Beide nachten, die voor de 24e juni en die voor de 1e mei, hebben volgens de overlevering wel wat gemeen. Het zijn bij uitstek nachten waarin bovennatuurlijke elementen van zich doen spreken, de elfjes dansen en hekserij gepraktiseerd werd. Maar er zijn ook aspecten die meer specifiek zijn voor de midzomernacht: het is de nacht waar bloemen, planten en kruiden verzameld worden omdat daar dan een magische werking vanuit gaat én het is de nacht van de liefde, de nacht waarin jonge mensen halsoverkop geraakt kunnen worden door de pijl van Cupido en van het ene moment op het andere verliefd worden. En love’s madness, de gekte van de liefde, is hét thema van A midsummernight’s dream.

Dat thema wordt al in het eerste bedrijf uitgesproken door Helena (afbeelding: Helena en Hermia), die verliefd is op Demetrius, maar met lede ogen toe moet zien dat Demetrius valt voor Hermia, die hem echter niet ziet staan en haar liefde aan Lysander heeft gegeven. Tegen de zin van haar vader, die juist Demetrius als huwelijkskandidaat op het oog heeft: “Fit your fancies to your father’s will”, wordt er tegen haar gezegd.
“Love looks not with the eyes, but with the mind”, zegt Helena, “and therefore is the winged Cupid blind... therefore is love said to be a child: because in choice he is so oft beguiled (verleid)”. Liefde, die irrationele passie, maakt blind. En veroorzaakt gekte.
Puck, ook een soort van Elf, een geestverschijning die streken uithaalt (zoals Queen Mab in Romeo and Juliet) beweert: “Cupid is a knavish lad, thus to make poor females mad”.

Niet voor niets staat het woord Dream in de titel. In het woud waar alle vier de geliefden de eerste nacht van mei terecht komen heeft de liefde geen basis meer in de werkelijkheid, ze is een schaduw geworden, een spookverschijning, een droom.
Onder de irrationele macht van de liefde zien de ogen de ware werkelijkheid niet meer.
En de liefdesdrank die Oberon, koning der elfen, gebrouwd heeft van het bloempje ‘Love in idleness’ en heeft toegepast op de vier geliefden, versterkt dat effect: het maakt de ogen blind, verduistert het oordeel en stuurt de Rede het bos in.
Het effect van de drank is “to make a man or woman madly dote upon the next live creature that it sees”. En als dat toevallig de verkeerde is, wordt wat eerst liefde was tot afkeer – en andersom.

Illustratie: Puck, Titania, Bottom

Het ultieme beeld van deze love’s madness vinden we in de scènes waarin Titania, koningin der elfen, ook door die toverdrank, verliefd achter de handwerksman Bottom aanrent, terwijl deze met de kop van een ezel rondloopt (geintje van Puck). Het levert een komische dialoog op die Shakespeare zelden meer overtroffen heeft:
“I pray thee, gentle mortal, sing again”, roept zij hem toe, “mine ear is much enamoured of thy note... so is mine eye enthralled to thy shape... and thy fair virtue’s force doth move me, on the first view, I swear, to say, I love thee”.
Bottom is mijn favoriet in dit stuk, hij is Shakepeare’s meest intrigerende en complete personage vóór de geweldige Falstaff (Shylock misschien uitgezonderd) . Zijn nuchtere antwoord: “reason and love keep little company together these days”.
Bottom is een zachte ziel, altijd goedgemutst, die meer geniet van de diensten van de hem toegewezen elfjes Peaseblossom, Cobweb, Moth en Mustardseed (het is opmerkelijk dat Bottom de enige van de stervelingen is die de elfen daadwerkelijk kan zien en met ze kan converseren) en de bevrediging van zijn veranderde behoeften (hij vraagt nu om hooi en haver) dan van de sexuele avances van Titania, die tegen hem zegt (door de toverdrank beroofd van haar oordeelsvermogen): “Thou art as wise as thou art beautiful”. Ze heeft maar één doel: Bottom niet uit het woud te laten ontsnappen: “Thou shalt remain here, whether thou wilt or no”. Maar Bottom is niet werkelijk uit het veld geslagen als hij merkt dat hij in feite Titania’s gevangene is. Zo lang hij zijn natje en zijn droogje maar krijgt.

Het is in de relatie tussen Theseus, Duke of Athens, en zijn toekomstige bruid, de Amazonekoningin Hippolyta, dat Rede en Liefde juist wel samengaan. Dus is het zeer passend dat de laatste (en definitieve) verwoording van het thema love’s madness plaatsvindt in zijn beroemde speech over ‘the lunatic, the lover and the poet’. (Hoewel die speech uiteindelijk vooral gaat over de gekte van de poet, niet zozeer de lover – al worden ze wel op één lijn gezet – zie verderop).

De bijzondere sfeer van het stuk wordt vooral gecreëerd door maanlicht. Je moet daarbij bedenken dat het shakespeareaanse toneel geen lichteffecten kende, maar je ziet het voor je, die in maanlicht gedrenkte scènes, zuiver en alleen door de taal, de poëzie. 
Dat geldt dan met name voor de nachtelijke scènes in het bos, waaraan koning Theseus en zijn toekomstige bruid Hippolyta geen deel hebben. Zij zijn redelijke wezens, creaturen van het daglicht. Zij komen alleen aan het begin en aan het eind van het stuk voor en vormen daarmee dus eigenlijk het framework waarbinnen de handeling zich afspeelt. Een stabiele fundering, want hun Athene is het bolwerk van wet en beschaving en Theseus zelf is de beschermer van huwelijk en familie. Een soort van beschaafde Renaissance prins.

Dat is echter vooral een projectie van het ideaal uit Shakespeare’s tijd en nogal in tegenspraak met de rol die Theseus in de mythologie speelt en in de bronnen die Shakespeare gebruikte: Ovidius’ Metamorfosen, de tragedie Hyppolitus (niet van Euripides, maar die van Seneca - zie afbeelding) en het leven van Theseus door Plutarchus: in die traditie is Theseus een rouwdouwer en vechter, geen hoog opgeleide, verstandige staatsman en heeft hij een reputatie als sexuele avonturier (zie bijvoorbeeld zijn in de steek laten van Ariadne), brute vrouwenverslinder en ontrouwe echtgenoot; niet als een pleitbezorger van huwelijksgeluk en familieleven (wat hij bij Shakespeare wel is). Shakespeare zelf verwijst naar Theseus’ verkrachting van Perigenia en iets van de dominante macho vinden we terug in de opening van zijn eerste speech tegen zijn toekomstige echtgenote: “Hippolyta, I woo’d thee with my sword”.        

Het is nogal ironisch (met kennis van de mythologische geschiedenis van Theseus), dat Oberon in de vijfde acte, als alles weer op zijn pootjes terecht is gekomen en de verwarring is verdampt, belooft dat “all the couples three [shall] ever true in loving be...”, terwijl we weten dat de opvolger van Hyppolita in het huwelijksbed, Phaedra, vanwege haar fatale passie voor Hyppolitus (Theseus’ zoon bij Hippolyta) tot zelfmoord wordt gedreven (wat er in de tussentijd van Hyppolita is geworden wordt nergens duidelijk). Wat Oberons verzekering dat de nakomelingen van Theseus en Hippolyta ‘ever shall be fortunate’ in een nogal vreemd daglicht stelt.

Seneca’s duistere, bloederige tragedie en Shakespeare’s vaak hilarische komedie liggen mijlenver uit elkaar en hebben toch een connectie. Dit is niet louter een werk van gelukzaligheid en pure onschuld, het is verkeerd te denken dat de donkere kant van het mythische materiaal helemaal geen plaats heeft in A midsummernight’s dream.

Illustratie: William Blake, Oberon and Titania with fairies dancing

Er zijn in feite vier verschillende verhalen, vier verschillende werelden die samenkomen: het hof van Theseus en Hippolyta in Athene, de vier geliefden in het woud, de ‘mechanicals’ (handwerkslieden) en de Elfenwereld van Titania, Oberon, Puck en hun gevolg. Het huwelijk van Theseus en Hippolyta vormt in feite voor alle vier deze verhaallijnen het gezamenlijke doel waar naartoe wordt bewogen: de handwerkslieden repeteren in het woud hun toneelstuk dat opgevoerd zal worden bij het koninklijke huwelijk; het elfenpaar is gekomen om het huwelijk te zegenen en de huwelijksdag wordt als ultimatum gegeven aan Hermia om tot een definitieve beslissing te komen betreffende haar (afgedwongen) huwelijk met Demetrius. De menselijke characters zijn zich niet bewust van de aanwezigheid van de elfen en de handwerkslieden, hoewel woonachtig in Athene, bewegen zich in een heel andere sociale sfeer dan de jonge aristocraten en komen zeker niet aan het hof. Maar de opvoering van het toneelstuk Pyramus and Thisbe is de ensemble scène waarin al deze groepen samenkomen (hoewel de elfen ongezien).

Maar voordat het zo ver is raken de vier geliefden in het woud compleet ontregeld. Het was al gecompliceerd (Hermia houdt van Lysander, Demetrius van Hermia en Helena weer van Demetrius), maar mede doortoedoen van de Elfen wisselen nu de combinaties voortdurend en ontstaat een kluchtig soort chaos: haat en onderlinge strijd (“with doubler tongue that thine, thou serpent, never adder stung”, roept Helena tegen Demetrius) overvleugelen de liefde, er is sprake van gewelddadige transformaties en verloren identiteiten. “Am I not Hermia, are you not Lysander” roept Hermia in totale verwarring uit als zij (door de effecten van de toverdrank) ineens lijnrecht tegenover haar geliefde komt te staan, die van het ene moment op het andere verliefd wordt op de (totaal verbrouwereerde) Helena.      

Theseus zegt het grappend bij de uiteindelijke opvoering van het toneelstuk van de mechanicals, maar eigenlijk raakt hij hier de kern van het stuk:
“How shall we find the concord of this discord?”

Het woud is de plek waar de jonge mensen hopeloos verdwaald raken, innerlijk zowel als uiterlijk. Het is een labyrinth waar ‘everything seems double’ en daardoor moeilijk meer te onderscheiden, de doler die de wandelaar geworden is weet niet meer wat wat is.
“All things change them to the contrary”. En: “Bright things come to confusion”.

Maar tenslotte komt alles op zijn pootjes terecht en volgt de komedie een archetypische weg, een psychologische en spirituele ervaring die neerkomt op het eerst compleet verliezen en dan weer hervinden van het autonome zelf.

Er is een passage in het vierde bedrijf, die vaak als een onbeduidende zijweg is gezien, met vooral hele mooie (klank-) poëzie, maar die in wezen de hele ontwikkeling van het stuk in een notendop aanduidt. Het is de passage waarin Theseus en Hippolyta op jacht gaan en de honden op het punt staan losgelaten te worden. De dialoog tussen beiden refereert aan het geluid van de honden als muziek, in bewoordingen die zelf een echo van die muziek lijken te zijn.
“My love shall hear the music of my hounds”, zegt Theseus, “we will, fair queen ... mark the musical confusion of hounds and echo in conjunction”.
Hippolyta vertelt dan haar ervaring op een jachtpartij met Cadmus en Hercules: “never did I hear such gallant chiding ... the groves, the skies, the fountains, every region near seemed all one mutual cry. I never heard so musical a discord, such sweet thunder”.

De harmonie van het muzikale effect waarvan hier wordt gesproken, staat óók voor het samenkomen van alle draden in het stuk en de oplossing van alle verwarring. Want de scène komt in het stuk nadat alle geliefden elkaar juist weer op een harmonieuze wijze gevonden hebben. Demetrius weliswaar m.b.v. de toverdrank die zijn liefde weer bij Hermia heeft weggehaald en naar Helena toegericht. Logisch dat Helena het nog niet helemaal vertrouwt: “I have found Demetrius like a jewel, mine own and not mine own...”

De jachtpartij wordt tenslotte afgeblazen: “Our purposed hunting shall be set aside, away with us to Athens: three and three [de drie huwelijken die gesloten gaan worden] we’ll hold a feast in great solemnity”.

Het creëren van deze harmonie, het oplossen van verwarring en chaos, het samenbrengen van alle verschillende verhaallijnen in één slotscène is wat A midsummernight’s dream maakt to één van de vroegste geniale meesterwerken van Shakespeare. Hoewel dat lang niet zo door iedereen werd erkend (“The most insipid ridiculous play I ever saw”, zei Samuel Pepys – zie afbeelding - erover). Maar in het optreden van elfen en toverkunsten (ongetwijfeld het ‘belachelijke’ waaraan Pepys refereert) laat Shakespeare in deze komedie voor het eerst zien wat later het onderliggende verhaal van de grote tragedies zal worden: dat de zichtbare wereld slechts oppervlakte is en dat daaronder een samenspel van krachten werkzaam is dat onze handelingen stuurt en beïnvloedt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Shakespeare's Macbeth, deel II

De scène van de moord op Lady Macduff en haar kinderen is vrijwel ondragelijk. Je kunt je afvragen waarom Macduff zijn gezin niet heeft meeg...