Wat absoluut een originele vondst is in de Pickwick Papers: dit is in wezen een picareske roman, zoals voor hem Smollett of Fielding die schreven: een avonturenroman over een rondreizende held. Alleen: Dickens maakt van hem een corpulente oude heer op leeftijd, waar het voorheen altijd jonge mannen waren die de avonturen beleefden. Dit heeft iets absoluut ontwapenends! In die zin is hij de voorloper van die andere onwaarschijnlijke held van middelbare leeftijd, die zich over alles verwonderend voortbeweegt, niet door de straten van Londen, maar van Dublin: James Joyce’s Leopold Bloom uit Ulysses, één van mijn absolute favorieten onder de romanpersonages.
Pickwick papers is een idylle en de figuren die haar bevolken hebben iets mythisch. Alle gevaren die Pickwick bedreigen zijn niet helemáál serieus te nemen en de manier waarop Sam Weller die steeds weer het hoofd biedt heeft iets onwaarschijnlijks, zoals dat alleen in een mythische sprookjeswereld als deze voor kan komen. Maar de idylle is geen Paradijs. Als Pickwick in Fleet Prison geïnterneerd wordt, raakt het verhaal werkelijk aan de schaduwkanten van het leven.
Eén van de hoogtepunten
van het boek is het proces dat tot zijn arrestatie leidt: de Bardell vs
Pickwick rechtzaak. Mrs. Bardell is Pickwicks hospita, die hem beschuldigt van
het verbreken van een huwelijksbelofte; zij eist daarvoor een schadevergoeding.
Hoewel de beschuldiging absurd is, wordt haar eis toch toegewezen; Pickwick
echter, terecht overtuigd van zijn onschuld, stelt resoluut ‘not one halfpenny’
te zullen betalen en roept daarmee gevangenisstraf over zichzelf af, die hij
bereid is ‘with perfect cheerfulness and content of heart’ te aanvaarden.
Dit is een voorbeeld van
hoe Dickens zijn eigen ervaringen, in dit geval als rechtbankverslaggever, gebruikt in zijn werk. Hij had een uitgebreid
verslag geschreven van een zaak die veel stof had doen opwaaien: de echtgenoot
van ene Lady Catherine Norton had een rechtzaak aangespannen tegen de
voormalige premier Lord Melbourne en hem ervan beschuldigd een affaire met zijn
vrouw te hebben gehad. Wat Dickens vooral trof was de absurd vijandige toon in
de ondervraging door de aanklagers; in het boek inspireert Norton vs Melbourne
de zaak Bardell vs Pickwick. En het is allemaal daar: de trucs van de eisende
partij die inspeelt op de sentimenten van de juryleden, het pathetische betoog
van de aanklager, Sergeant Buzfuz, die onaanzielijke details opblaast tot
halsmisdrijven, de onverschilligheid van de jury, de vooringenomenheid van de
rechter, ‘a most particularly short man, and so fat that he seemed all face and
waistcoat’.
Het verslag van het proces
is de aanleiding tot het beste deel van het boek, want hier raken we aan
thema’s die Dickens na aan het hart gaan en die centraal zouden worden in zijn
latere werk: het rechtssysteem en de onschuldige slachtoffers die het maakt; de
onrechtvaardigheid van de gevangenissen voor schuldenaars (debtor’s prisons, de
Marshalsea en de Fleet).
Pickwick Papers is wellicht de allergrappigste Dickens roman, maar de scènes in
de gevangenis laten ook een grimmige kant zien.
Het is ook hier dat de roman het frivole avonturieren, in elk geval tijdelijk,
achter zich laat en een tot dan toe ongekende diepte krijgt.
Hoewel het vanaf
het begin eigenlijk al wel duidelijk is, dat Pickwicks opsluiting een
tijdelijke affaire is, kan Dickens het lijden van diens mede-gevangenen niet
simpelweg negeren:
“The iron teeth of confinement and privation had been slowly filing him down
for twenty years”, wordt over één van de gevangenen gezegd; van die
aangrijpende details: de man heeft ‘sunken teeth’ en een ‘restless, eager eye”.
In dit soort scènes straalt de grootheid van de latere Dickens door.
Of de beschrijving van een “lean and haggard woman – a prisoner’s wife – who
was watering the wretched stump of a dried up, withered plant, which, it was
plain to see, could never send forth a green leaf again” – symboliek die de
doodsheid en uitzichtloosheid van deze levens bij uitstek verbeeldt.
De realiteit heeft zijn intrede gedaan in de idylle; Dickens’ enige optie is om
Pickwick weer uit de gevangenis te krijgen. Hij maakt zijn weg naar de uitgang,
handenschuddend te midden van de menigte die hem uitgeleide doet, toonbeeld van
medeleven en goedhartigheid in deze plek van lijden en ellende.
Dit is ook het
moment dat we de absolute grootheid van Pickwick te zien krijgen: de vrouw én
de man die hem het meest kwaad hebben gedaan, Pickwicks grote
tegenstrever Jingle en de vrouw die hem op valse beschuldigingen in de
gevangenis deed belanden, Mrs. Bardell, zijn ook achter de tralies beland.
Hoewel hij alle reden heeft zich te vergenoegen over hun arrestatie en hen daar
achter te laten, ontfermt hij zich over beiden en weet hen vrij te krijgen. Pickwick’s finest hour.
Mijn Penguin
editie van de roman heeft de originele illustraties van Phiz (Hablot K.
Browne), de illustrator die werd ingebracht nadat de oorspronkelijke tekenaar,
Seymour, zich na enkele edities van het leven had beroofd. Het is voor het
nageslacht een geluk bij een groot ongeluk, want geen enkele tekenaar heeft de
Dickens sfeer zo goed weten te verbeelden als Phiz (de illustraties bij dit
Pickwick Papers blog zijn allemaal van hem): hij geeft de romanfiguren precies
het juiste uiterlijk mee, met de goede mate van overdrijving. Het personage
Pickwick dat we nu allemaal voor ogen hebben, met zijn dikke buik en zijn
brilletje (Seymour had hem getekend als een lange magere man), is getekend en
gecreëerd door Phiz. Zijn bijdrage heeft een duidelijke meerwaarde.
Het boek eindigt
als Pickwick een huis heeft genomen in de regio Dulwich. Maar eigenlijk is het
geen echt einde. Het boek stopt omdat het nu eenmaal ergens stoppen moet, maar
je hebt eigenlijk niet het idee dat de stroom avonturen hier ten einde komt.
Het eigenlijke verhaal eindigt op een wijze die het positieve karakter van het
boek volledig tot uiting brengt:
“Let us leave our old friend in one of those moments of unmixed happiness, of
which, if we seek them, there are ever some to cheer our transitory existence
here. There are dark shadows on the earth, but its lights are stronger in the
contrast”.
Wat nog volgt is
zo’n korte, typisch 19e eeuwse epiloog, waarin uit de doeken wordt
gedaan, hoe het de belangrijkste personages verder vergaat. En tenslotte zien
we Mr. Pickwick op hoge leeftijd, te oud en zwak om nog rond te reizen,
luisterend naar Sam die hem voorleest.
En de laatste zin van het boek:
“On this, as on all their occasions, he is invariably attended by the faithful
Sam, between whom and his master there exists a steady and reciprocal
agreement, which nothing but death can terminate”.
Maar tijdgenoten
die het feuilleton gevolgd hadden, moeten het gevoel hebben gehad dat hij nooit
zou sterven, dat je de man bij eeen wandeling door Londen, of waar dan ook op
het Engelse platteland, zo maar tegen zou kunnen komen in zijn pandjesjas en
maillot. Ook buiten de roman leeft hij verder...


Geen opmerkingen:
Een reactie posten