Beide nachten, die voor de 24e juni en die voor de 1e
mei, hebben volgens de overlevering wel wat gemeen. Het zijn bij uitstek
nachten waarin bovennatuurlijke elementen van zich doen spreken, de elfjes
dansen en hekserij gepraktiseerd werd. Maar er zijn ook aspecten die meer
specifiek zijn voor de midzomernacht: het is de nacht waar bloemen, planten en
kruiden verzameld worden omdat daar dan een magische werking vanuit gaat én het
is de nacht van de liefde, de nacht waarin jonge mensen halsoverkop geraakt
kunnen worden door de pijl van Cupido en van het ene moment op het andere
verliefd worden. En love’s madness,
de gekte van de liefde, is hét thema van A
midsummernight’s dream.
Dat thema wordt al in het eerste bedrijf uitgesproken door Helena (afbeelding: Helena en Hermia), die verliefd is op Demetrius, maar met lede ogen toe moet zien dat Demetrius valt voor Hermia, die hem echter niet ziet staan en haar liefde aan Lysander heeft gegeven. Tegen de zin van haar vader, die juist Demetrius als huwelijkskandidaat op het oog heeft: “Fit your fancies to your father’s will”, wordt er tegen haar gezegd.
“Love looks not with the eyes, but with the mind”, zegt Helena, “and therefore is the winged Cupid blind... therefore is love said to be a child: because in choice he is so oft beguiled (verleid)”. Liefde, die irrationele passie, maakt blind. En veroorzaakt gekte.
Puck, ook een soort van Elf, een geestverschijning die streken uithaalt (zoals Queen Mab in Romeo and Juliet) beweert: “Cupid is a knavish lad, thus to make poor females mad”.
Niet voor niets staat het woord Dream in de titel. In het woud waar alle
vier de geliefden de eerste nacht van mei terecht komen heeft de liefde geen
basis meer in de werkelijkheid, ze is een schaduw geworden, een
spookverschijning, een droom.
Onder de irrationele macht van de liefde zien de ogen de ware werkelijkheid
niet meer.
En de liefdesdrank die Oberon, koning der elfen, gebrouwd heeft van het
bloempje ‘Love in idleness’ en heeft toegepast op de vier geliefden, versterkt
dat effect: het maakt de ogen blind, verduistert het oordeel en stuurt de Rede
het bos in.
Het effect van de drank is “to make a man or woman madly dote upon the next
live creature that it sees”. En als dat toevallig de verkeerde is, wordt wat
eerst liefde was tot afkeer – en andersom.
Illustratie: Puck, Titania, Bottom
Het ultieme beeld van deze love’s madness vinden we in de scènes waarin Titania, koningin der
elfen, ook door die toverdrank, verliefd achter de handwerksman Bottom aanrent,
terwijl deze met de kop van een ezel
rondloopt (geintje van Puck). Het levert een komische dialoog op die Shakespeare
zelden meer overtroffen heeft:
“I pray thee, gentle mortal, sing again”, roept zij hem toe, “mine ear is much
enamoured of thy note... so is mine eye enthralled to thy shape... and thy fair
virtue’s force doth move me, on the first view, I swear, to say, I love thee”.
Bottom is mijn favoriet in dit stuk, hij is Shakepeare’s meest intrigerende en
complete personage vóór de geweldige Falstaff (Shylock misschien uitgezonderd) .
Zijn nuchtere antwoord: “reason and love keep little company together these
days”.
Bottom is een zachte ziel, altijd goedgemutst, die meer geniet van de diensten
van de hem toegewezen elfjes Peaseblossom, Cobweb, Moth en Mustardseed (het is
opmerkelijk dat Bottom de enige van de stervelingen is die de elfen
daadwerkelijk kan zien en met ze kan converseren) en de bevrediging van zijn
veranderde behoeften (hij vraagt nu om hooi en haver) dan van de sexuele
avances van Titania, die tegen hem zegt (door de toverdrank beroofd van haar
oordeelsvermogen): “Thou art as wise as thou art beautiful”. Ze heeft maar één
doel: Bottom niet uit het woud te laten ontsnappen: “Thou shalt remain here,
whether thou wilt or no”. Maar Bottom is niet werkelijk uit het veld geslagen
als hij merkt dat hij in feite Titania’s gevangene is. Zo lang hij zijn natje
en zijn droogje maar krijgt.
Het is in de relatie tussen Theseus, Duke of
Athens, en zijn toekomstige bruid, de Amazonekoningin Hippolyta, dat Rede en
Liefde juist wel samengaan. Dus is het zeer passend dat de laatste (en
definitieve) verwoording van het thema love’s
madness plaatsvindt in zijn beroemde speech over ‘the lunatic, the lover
and the poet’. (Hoewel die speech uiteindelijk vooral gaat over de gekte van de
poet, niet zozeer de lover – al worden ze wel op één lijn gezet – zie verderop).
De bijzondere sfeer van het stuk wordt vooral
gecreëerd door maanlicht. Je moet daarbij bedenken dat het shakespeareaanse
toneel geen lichteffecten kende, maar je ziet het voor je, die in maanlicht
gedrenkte scènes, zuiver en alleen door de taal, de poëzie.
Dat geldt dan met name voor de nachtelijke scènes in het bos, waaraan koning Theseus
en zijn toekomstige bruid Hippolyta geen deel hebben. Zij zijn redelijke
wezens, creaturen van het daglicht. Zij komen alleen aan het begin en aan het
eind van het stuk voor en vormen daarmee dus eigenlijk het framework waarbinnen
de handeling zich afspeelt. Een stabiele fundering, want hun Athene is het
bolwerk van wet en beschaving en Theseus zelf is de beschermer van huwelijk en
familie. Een soort van beschaafde Renaissance prins.
Dat is echter vooral een projectie van het ideaal uit Shakespeare’s tijd en nogal in tegenspraak met de rol die Theseus in de mythologie speelt en in de bronnen die Shakespeare gebruikte: Ovidius’ Metamorfosen, de tragedie Hyppolitus (niet van Euripides, maar die van Seneca - zie afbeelding) en het leven van Theseus door Plutarchus: in die traditie is Theseus een rouwdouwer en vechter, geen hoog opgeleide, verstandige staatsman en heeft hij een reputatie als sexuele avonturier (zie bijvoorbeeld zijn in de steek laten van Ariadne), brute vrouwenverslinder en ontrouwe echtgenoot; niet als een pleitbezorger van huwelijksgeluk en familieleven (wat hij bij Shakespeare wel is). Shakespeare zelf verwijst naar Theseus’ verkrachting van Perigenia en iets van de dominante macho vinden we terug in de opening van zijn eerste speech tegen zijn toekomstige echtgenote: “Hippolyta, I woo’d thee with my sword”.
Het is nogal ironisch (met kennis van de
mythologische geschiedenis van Theseus), dat Oberon in de vijfde acte, als
alles weer op zijn pootjes terecht is gekomen en de verwarring is verdampt,
belooft dat “all the couples three [shall] ever true in loving be...”, terwijl
we weten dat de opvolger van Hyppolita in het huwelijksbed, Phaedra, vanwege
haar fatale passie voor Hyppolitus (Theseus’ zoon bij Hippolyta) tot zelfmoord
wordt gedreven (wat er in de tussentijd van Hyppolita is geworden wordt nergens
duidelijk). Wat Oberons verzekering dat de nakomelingen van Theseus en Hippolyta
‘ever shall be fortunate’ in een nogal vreemd daglicht stelt.
Seneca’s duistere, bloederige tragedie en
Shakespeare’s vaak hilarische komedie liggen mijlenver uit elkaar en hebben
toch een connectie. Dit is niet louter een werk van gelukzaligheid en pure onschuld,
het is verkeerd te denken dat de donkere kant van het mythische materiaal
helemaal geen plaats heeft in A
midsummernight’s dream.
Illustratie: William Blake, Oberon and Titania with fairies dancing
Er zijn in feite vier verschillende verhalen,
vier verschillende werelden die samenkomen: het hof van Theseus en Hippolyta in
Athene, de vier geliefden in het woud, de ‘mechanicals’ (handwerkslieden) en de
Elfenwereld van Titania, Oberon, Puck en hun gevolg. Het huwelijk van Theseus
en Hippolyta vormt in feite voor alle vier deze verhaallijnen het gezamenlijke
doel waar naartoe wordt bewogen: de handwerkslieden repeteren in het woud hun
toneelstuk dat opgevoerd zal worden bij het koninklijke huwelijk; het elfenpaar
is gekomen om het huwelijk te zegenen en de huwelijksdag wordt als ultimatum
gegeven aan Hermia om tot een definitieve beslissing te komen betreffende haar
(afgedwongen) huwelijk met Demetrius. De
menselijke characters zijn zich niet bewust van de aanwezigheid van de elfen en
de handwerkslieden, hoewel woonachtig in Athene, bewegen zich in een heel
andere sociale sfeer dan de jonge aristocraten en komen zeker niet aan het hof.
Maar de opvoering van het toneelstuk Pyramus and Thisbe is de ensemble scène
waarin al deze groepen samenkomen (hoewel de elfen ongezien).
Maar voordat het zo ver is raken de vier
geliefden in het woud compleet ontregeld. Het was al gecompliceerd (Hermia
houdt van Lysander, Demetrius van Hermia en Helena weer van Demetrius), maar
mede doortoedoen van de Elfen wisselen nu de combinaties voortdurend en
ontstaat een kluchtig soort chaos: haat en onderlinge strijd (“with doubler
tongue that thine, thou serpent, never adder stung”, roept Helena tegen
Demetrius) overvleugelen de liefde, er is sprake van gewelddadige
transformaties en verloren identiteiten. “Am I not Hermia, are you not
Lysander” roept Hermia in totale verwarring uit als zij (door de effecten van
de toverdrank) ineens lijnrecht tegenover haar geliefde komt te staan, die van
het ene moment op het andere verliefd wordt op de (totaal verbrouwereerde)
Helena.
Theseus zegt het grappend bij de uiteindelijke
opvoering van het toneelstuk van de mechanicals, maar eigenlijk raakt hij hier
de kern van het stuk:
“How shall we find the concord of this discord?”
Het woud is de plek waar de jonge mensen
hopeloos verdwaald raken, innerlijk zowel als uiterlijk. Het is een labyrinth
waar ‘everything seems double’ en daardoor moeilijk meer te onderscheiden, de
doler die de wandelaar geworden is weet niet meer wat wat is.
“All things change them to the contrary”. En: “Bright things come to
confusion”.
Maar tenslotte komt alles op zijn pootjes
terecht en volgt de komedie een archetypische weg, een psychologische en
spirituele ervaring die neerkomt op het eerst compleet verliezen en dan weer
hervinden van het autonome zelf.
Er is een passage in het vierde bedrijf, die vaak
als een onbeduidende zijweg is gezien, met vooral hele mooie (klank-) poëzie,
maar die in wezen de hele ontwikkeling van het stuk in een notendop aanduidt.
Het is de passage waarin Theseus en Hippolyta op jacht gaan en de honden op het
punt staan losgelaten te worden. De dialoog tussen beiden refereert aan het
geluid van de honden als muziek, in bewoordingen die zelf een echo van die
muziek lijken te zijn.
“My love shall hear the music of my hounds”, zegt Theseus, “we will, fair queen
... mark the musical confusion of hounds and echo in conjunction”.
Hippolyta vertelt dan haar ervaring op een jachtpartij met Cadmus en Hercules:
“never did I hear such gallant chiding ... the groves, the skies, the
fountains, every region near seemed all one mutual cry. I never heard so
musical a discord, such sweet thunder”.
De harmonie van het muzikale effect waarvan
hier wordt gesproken, staat óók voor het samenkomen van alle draden in het stuk
en de oplossing van alle verwarring. Want de scène komt in het stuk nadat alle
geliefden elkaar juist weer op een harmonieuze wijze gevonden hebben. Demetrius
weliswaar m.b.v. de toverdrank die zijn liefde weer bij Hermia heeft weggehaald
en naar Helena toegericht. Logisch dat Helena het nog niet helemaal vertrouwt:
“I have found Demetrius like a jewel, mine own and not mine own...”
De jachtpartij wordt tenslotte afgeblazen: “Our
purposed hunting shall be set aside, away with us to Athens: three and three
[de drie huwelijken die gesloten gaan worden] we’ll hold a feast in great solemnity”.
Het creëren van deze harmonie, het oplossen van verwarring en chaos, het samenbrengen van alle verschillende verhaallijnen in één slotscène is wat A midsummernight’s dream maakt to één van de vroegste geniale meesterwerken van Shakespeare. Hoewel dat lang niet zo door iedereen werd erkend (“The most insipid ridiculous play I ever saw”, zei Samuel Pepys – zie afbeelding - erover). Maar in het optreden van elfen en toverkunsten (ongetwijfeld het ‘belachelijke’ waaraan Pepys refereert) laat Shakespeare in deze komedie voor het eerst zien wat later het onderliggende verhaal van de grote tragedies zal worden: dat de zichtbare wereld slechts oppervlakte is en dat daaronder een samenspel van krachten werkzaam is dat onze handelingen stuurt en beïnvloedt.



























