vrijdag 25 november 2022

Shakespeare, Merchant of Venice, deel 2


 Ik wil het nu hebben over Portia Bij haar keert de oude tegenstelling innerlijk - uiterlijk weer terug. Want we zijn weer in Belmont, de plek waar voor Shylock zeker geen plaats is (en eigenlijk ook niet voor de melancholieke Antonio). Portia is in eerste instantie vooral een gouden buitenkant. Zij is de lieveling van de high society die in Belmont haar centrum heeft. Ze is begerenswaardig.

“That’s the lady”, zegt één van de huwelijkskandidaten, de Prins van Marokko, “all the world desires her; from the four corners of the earth they come”.
En Portia zelf zal de eerste zijn om te bevestigen dat dat zo is. Zij is uit heel ander hout gesneden dan Juliet voor haar en Desdemona na haar. Desdemona ziet dat de ware adeldom van haar zwarte echtgenoot van binnen zit; Portia roept de afdruipende Prins van Marokko, een fatsoenlijke man die moreel gezien zeker de meerdere is van Bassanio, na: “Draw the curtains, go! Let all of his complexion choose me so”. Terwijl de hier te leren les toch was dat je niet op uiterlijk af moet gaan...


Illustratie:
Kate Dolan as Portia, painted by John Everett Millais 

Portia treedt op in de drie verhalen die allen een afzonderlijke plotlijn vertegenwoordigen: de scènes met de caskets, haar optreden vermomd als advocaat tijdens het proces en de ringscène (als – mannelijke – advocaat maakt zij Bassanio een ring afhandig die hij Portia beloofd had nooit af te zullen geven). Ieder van deze verhaallijnen is een soort van toneelstukje met Portia als hoofdrolspeler. En in alle gevallen geniet ze met volle teugen, ze is duidelijk iemand die van de spotlights geniet, hoewel er bij de casketscènes begrijpelijkerwijs ook wat bezorgdheid bij komt kijken: de uitkomst van dit spelletje is immers haar toekomstige echtgenoot. Hoewel ze wel vertrouwen heeft in de goede afloop lijkt ze (onbewust?) Bassanio een zetje in de goede richting te willen geven.

Wanneer ze verneemt dat de boezemvriend van haar nieuwe echtgenoot in het nauw zit, grijpt ze dit onmiddellijk aan als een gelegenheid te crossdressen als advocaat en zo wat lol te trappen, wat mensen (niet in het minst haar echtgenoot en zijn vriend) om de tuin te leiden etc. De tragische situatie van Antonio lijkt daaraan van ondergeschikt belang.

Hierin is zij de absolute antithese van Shylock. Wat je verder ook van hem zeggen kunt, hij is absoluut oprecht in wat hij uitstraalt, hij speelt nooit en te nimmer een rol, hij is altijd op en top Shylock. Zeker ook tijdens het proces.

En zo kan het doek op voor de 4e acte van The Merchant of Venice, één van de meest gespannen en theatraal - effectieve scènes uit Shakespeare’s repertoire.


Illustratie:
Sir Herbert Beerbohm Tree as Shylock, painted by Charles Buchel

Shylocks openingsspeech op het proces is een heel opmerkelijke:
“You ask me why I rather choose to have a weight of carrion flesh than to receive three thousand ducats. I’ll not answer that; but say it is my humour... Some men there are love not a gaping pig; some, that are mad if they behold a cat; and others, when the bagpipe sings in the nose, cannot contain their urine: for affection, mistress of passion, sways it to the mood of what it likes or loathes... So I can give no reason nor will I not; more than the lodged hate and a certain loathing I bear Antonio”.

Shylock zegt hier in feite dat hij geen meester is over zijn eigen wil, dat hij gedwongen wordt door impulsen die heel diep zitten. “A lodged hate and a certain loathing”, het zou een definitie van antisemitisme kunnen zijn, ware het niet dat het hier zijn spiegelbeeld betreft. Ook hier weerblijken Antonio en Shylock door wederzijdse haatgevoelens aan elkaar geklonken.

Antonio erkent al snel dat hier niets tegenin te brengen valt. Het zijn geen gewone menselijke gevoelens van waaruit Shylock handelt en spreekt; we hebben hier te maken met elementaire krachten van buitenaf die bezit van hem hebben genomen. Elementair omdat het zijn oorsprong vindt in iets veel groters dan het individuele onrecht dat Shylock heeft moeten ondergaan: het is het collectieve onrecht dat zijn voorouders door vele generaties heen hebben moeten lijden.

Maar dan maakt Portia (verkleed als de mannelijke advocaat doctor Bellario) haar entree.
Zij begint met te stellen dat Shylock in wezen de wet aan zijn kant heeft en checkt nog even bij Antonio dat dit de deal is die hij gesloten heeft, wat hij uiteraard bevestigend moet beantwoorden. “Then must the Jew be merciful”, zegt ze dan, merkwaardig genoeg nog steeds tegen Antonio en niet rechtstreeks tegen Shylock. Maar een nog grotere misser is het must uit haar stellingname, waar Shylock meteen bovenop springt:
“On what compulsion must I? Tell me that!”

Hij heeft natuurlijk gelijk: geen enkele wet, moreel of juridisch, kan mededogen afdwingen.

Shylock onderstreept dat in zijn meest verbazingwekkende speech, in antwoord op de Duke’s vraag: “How shalt thou hope for mercy rendering none?”
“You have among you many a purchased slave which you use in abject and slavish parts, because you bought them. Shall I say to you: Let them be free, marry them to your heirs? Why sweat they under burthens? Let their beds be made as soft as yours ... you will answer: the slaves are ours – so do I answer you: the pound of flesh is dearly bought, ‘tis mine and I will have it. If you deny me, fie upon your law – answer, shall I have it?”

Shylock gooit hier de Christenen hun eigen hypocriete houding in het gezicht.

En dat brengt Portia, vanuit het niets, tot haar mooiste moment: “The quality of mercy is not strained”- zij erkent hier dat mededogen een kwestie van genade is: “It droppeth as the gentle rain from heaven upon the place beneath”. Een transcendent gegeven. De scepter van de koning ‘shows the force of temporal power’... “but mercy is above this sceptred sway; it is enthroned in the heart of kings, it is an attribute to God huimself”.

Geen enkele Shakespeare character (op Hamlet na met zijn wereldberoemde ‘to be or not to be’ speech) wordt zo geïdentificeerd met één enkele speech als Portia hier met haar woorden over mercy ... En: ze spreekt ze niet in haar rol als doctor in de rechten, maar haalt ze van ergens diep binnenin haar, vanachter de gouden buitenlaag van haar oppervlakkige Belmont leven. Even houdt iedereen de adem in en lijkt zelfs Shylock onder de indruk. Maar dan is het moment voorbij en valt ze weer terug in haar rol. Wat ze dan zegt komt neer op: ja goed, natuurlijk moet je mededogen tonen en doe je dat niet, dan staat het hof klaar om zijn oordeel te vellen. Waarop Shylock uitroept: “I crave the law, the penalty and forfeit of my bond”. Weg momentum!

Maar Portia heeft nog meer in petto. Als een volleerde toneelregisseur plant ze stap voor stap het nu volgende spektakel, met haarzelf in de hoofdrol, naar een climax toe.
Ze lijkt nu Antonio voor een voldongen feit te stellen: “Therefore lay bare your bosom”. Ze vraagt of er een weegschaal is om het vlees af te wegen en om de aanwezigheid van een arts (wat door Shylock categorisch geweigerd wordt: dat stond immers niet in het contract...). Ze geeft Antonio zelfs de gelegenheid voor wat afscheidswoorden.
Die zijn, tegen Bassanio, buitengewoon, en genereus:
“Commend me to thy honorable wife. Tell her the process of Antonio’s end, say how I loved you, speak me fair in death; and when the tale is told, bid her be judge whether Bassanio had not once a love”. Het is niet meer en niet minder dan zijn liefdesverklaring - “Commend me to thy honorable wife” is zijn hoffelijke groet aan de rivaal die hij nooit kon verslaan.

Inmiddels  heeft Shylock zijn mes al in de aanslag en dan... “”Tarry a little!” Nu wordt er niet meer gesproken over genade, mededogen, vergeving, of hoe je mercy vertalen wilt, maar louter en alleen ‘justice’. Alleen: Shylock zal meer recht krijgen dan hij eigenlijk zou willen. Portia voegt nu fijntjes toe dat in haar interpretatie van de overeenkomst: a. geen druppel bloed mag vloeien, want dat is niet expliciet in het contract opgenomen en b. het precies een pond vlees moet zijn, geen gram meer of minder. Shylock is nu bereid de som van drie maal drieduizend ducaten, een laatste bod dat hij eerder afgewezen had, te accepteren, maar Portia is keihard: “The Jew shall have all justice – he shall have nothing but the penalty”. Maar wijkt hij daarbij van de twee genoemde voorwaarden af dan is de consequentie fataal: “Thou diest and all thy goods are confiscate”.

Bovendien blijkt dan dat het strafbaar is voor een buitenstaander (als Jood heeft Shylock kennelijk geen officiële status in Venetië) om een Venetiaans staatsburger naar het leven te staan, wat Shylock met het afsluiten van het contract gedaan heeft. Maar... dat had Portia bij haar entree als advocaat ook meteen kunnen zeggen. Waarom de arme Antonio zo lang in de waan gelaten dat zijn laatste uurtje geslagen had? Omdat Portia een shownummer op wilde voeren met zichzelf in de hoofdrol.

Van ‘the quality of mercy’, eerder door haar gedefinieerd als ‘an attribute to God himself’, is nu geen enkele sprake meer. Het is de Duke, de voorzitter van de rechtbank, die genade betoont: “I pardon thee thy life before thou ask it”. En het afstaan van de helft van zijn bezit aan de staat (de andere helft was aan Antonio toegewezen) wordt omgezet in een forse boete. “Maar toch niet het deel van Antonio”, brengt Portia onmiddellijk in, alsof zij als de dood is dat Shylock er te gemakkelijk afkomt. Maar Antonio is ook bereid genade te tonen: Shylock houdt het gebruik van de andere helft van zijn vermogen, onder voorbehoud dat het na zijn dood aan Lorenzo en Jessica toevalt. Dat lijkt een handeling uit pure vriendelijkheid, die vervolgens echter weer tenietgedaan wordt door Antonio’s laatste, volkomen overbodige en wrede eis, namelijk dat ‘He presently become a Christian’. Waarom?

Dit is een ontluisterend moment. En het bijzondere is dat deze wending Shakespeare’s eigen uitvinding is, we vinden het niet terug in de bronnen die hij gebruikt heeft. Met elkaar bewerkstelligen Antonio en Portia de totale afbraak van Shylock, daarbij aangemoedigd door de onophoudelijke jennende kreten van Gratiano, de grootste antisemiet van allemaal (Harold Bloom vergelijkt hem met Julius Streicher, Hitlers krantenuitgever en één van de meest sinistere figuren in zijn gevolg): de man wordt tot de grond toe afgebroken en verlaat de rechtszaal als een mompelend wrak: “I pray you give me leave to go from hence. I am not well”.
Zelfs Malvolio in Twelth night, opgesloten en krankzinnig verklaard, wordt toegestaan nog iets van zijn waardigheid te behouden, maar Shylock moet kennelijk tot aan de grond toe afgebroken worden. “I am content”, zegt hij ook nog, maar dat kan niet waar zijn – hij is te zeer aan gruzelementen om nog te kunnen ageren tegen deze aperte onrechtvaardigheden.
Want wat er ook nog bij komt: als Christen zal hij moeten opgeven wat hem nog rest van zijn business, want geld uitlenen tegen rente was een puur Joodse aangelegenheid in het Venetië van die dagen.


Illustratie:
Shylock After the Trial

Waarom heeft Shakespeare toch aan Antonio toegestaan deze laatste vernedering toe te dienen? Was Shylock te groot en dominant geworden en stond hij daardoor de verdere ontwikkeling van het stuk in de weg? Shakespeare heeft die truc vaker toegepast, bij Mercutio bijvoorbeeld en de Fool van King Lear, bij Lady Macbeth – allen verdwijnen zij vroegtijdig. Maar dat is niet bij Shylock het geval; aan het einde van de rechtzaak is de eigenlijke plot vrijwel voorbij; het vijfde bedrijf heeft iets van een post scriptum. Harold Bloom denkt dat Shakespeare de bekering nodig had om zijn slotspel in Belmont te kunnen spelen zonder dat de schaduw van Shylocks jood-zijn boven de handeling hangt.

Maar misschien toch ook... het is vreselijk om te zeggen, maar is de gebroken bekeerling Shylock niet nog verreweg te prefereren boven de bloederige slager en beul die hij geworden zou zijn als Portia hem niet gestopt had? Met behulp van haar juridische trucendoos en het aanwenden van haar, dat moet gezegd, niet geringe intelligentie (je moet van goede huize komen om Shylock te kunnen vloeren).
Antonio was er dan niet meer geweest en wat zou Shylock daarmee hebben bereikt?
Aan de andere kant: in haar Quality of Mercy speech steeg Portia geheel boven zichzelf uit, maar die mooie woorden weet ze in de praktijk niet waar te maken: ze berooft de joodse geldschieter tenslotte van zijn middelen van bestaan en verrijkt daarmee haar vrienden.

Antonio en Shylock zijn elkaars wederhelften, maar kunnen in dit Venetië eigenlijk niet naast elkaar bestaan. Die co-existentie moest op een gewelddadige manier gestopt worden, door óf de barbaarse mutilatie van Antonio, óf de even barbaarse Christelijke wraak op Shylock. Dé centrale eigenschap van Shakespeare’s centrale characters, hun vermogen tot verandering door het stuk heen, is noch bij Antonio, noch bij Shylock aanwezig. In de laatste acte is Shylock gebroken en Antonio verduisterd.

Komedie? Zo zie je weer wat voor ambivalent stuk The Merchant of Venice eigenlijk is.


Na de spanning van de court scene volgt een nachtelijk intermezzo met Lorenzo en Jessica in Belmont. De woorden van Lorenzo over de harmonie der sferen, die de magie van deze nacht reflecteren, zijn haast te mooi voor een doorsnee character als Lorenzo. Het is alsof het scherm van de materiële werkelijkheid even wordt weggeschoven en een andere realiteit opgelicht: “Sit Jessica. Look how the floor of heaven is thick inlaid with patines of bright gold: there’s not the smallest orb which thou beholdest but in his motion like an angel sings... Such harmony is in immortal souls; but whilst this muddy versture of decay doth grossly close us in, we cannot hear it”.

Het is wel vaker dat Shakespeare in de nacht onvermoede diepten in zijn personages laat zien, die dan even later weer helemaal toegedekt zijn. Want met de terugkeer van de echtgenoten Bassanio en Gratiano (die met Nerissa getrouwd is) en de teleurgestelde vrijgezel Antonio wordt de magische sfeer weer verbroken en is het een en al luchtigheid en grappenmakerij (met vooral legio sexuele toespelingen) wat de klok slaat. The Merchant of Venice is een komedie en dat vereist een happy end.                 

Op het moment dat de kwestie van de ringen is opgelost tussen Bassanio en Portia en de eerste daarmee plechtig verklaard heeft dat zijn echtgenote en niet zijn boezemvriend de eerste plek inneemt in zijn hart is de enige vraag die nog beantwoord moet worden of men zal blijven feesten tot zonsopgang of dat het misschien beter is te gaan slapen en morgen weer fris beginnen. Het is in feite dezelfde jetset, zegt Harold Bloom, als die in Fellini’s La dolce vita, alleen vier eeuwen eerder.

Toch kun je zeggen dat de ogenschijnlijk triomferende Antonio even droevig en melancholiek eindigt als hij het stuk begon. Hij (en niet Portia in haar rol als advocaat) is het die Shylock de nekslag toebracht en zijn fortuin is gered, maar zijn lot als niet praktiserend homosexueel is een levenslang celibaat; de happy ending van de komedie zal hem niet redden. In het laatste bedrijf is ook hij in Belmont, omringd door drie jonggetrouwde stelletjes, maar dat zal voor hem geen onverdeeld genoegen zijn; hij hoort er eigenlijk net zo min thuis als Shylock, die intussen in Venetië wordt opgevoed tot een goed katholiek. Het Christendom en de komedie triomferen, Joodse moordzucht is de pas afgesneden, alles is ten goede gekeerd, zo lijkt het. Maar is Shakespeare er werkelijk in geslaagd, zoals Harold Bloom dacht dat zijn intentie was met de gedwongen bekering, de joodse schaduw af te wenden? De stem en aanwezigheid van Shylock zijn nooit ver weg en zijn blijven rondzingen, ook in de eeuwen na Shakespeare, des te meer in de eeuw van de holocaust.

Shakespeare was zeker geen antisemiet, daarvoor is Shylock met teveel inlevingsvermogen en toch ook sympathie getekend. Maar de thematiek die hij aansnijdt blijft, ondanks het happy end waarin deze komedie eindigt, buitengewoon verontrustend. Een scheldende Gratiano, die het liefst had gezien dat Shylock werd opgehangen en een Antionio die zal blijven doorgaan met spugen en schoppen: het zijn de lelijke gezichten van het vroegmoderne antisemitisme. Het maakt The Merchant of Venice één van Shakespeare’s meest verontrustende stukken. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Shakespeare's Macbeth, deel II

De scène van de moord op Lady Macduff en haar kinderen is vrijwel ondragelijk. Je kunt je afvragen waarom Macduff zijn gezin niet heeft meeg...