Ik heb besloten een blog over literatuur te gaan schrijven. Het zou leuk zijn als anderen het ook lezen, ik weet niet of er mensen zijn die er iets aan hebben; toch is het in de eerste plaats voor mezelf belangrijk om dit te gaan doen.
(De titel van dit blog heb ik gestolen van de (inmiddels overleden) literatuurcriticus Anthony Mertens, die zijn verzamelde kritieken onder die titel uitgaf. Ik geef onmiddellijk toe dat het een nogal masculine titel is. Maar tegelijkertijd is hij toch zo raak ('Lezen, mens' klinkt gewoon heel anders) omdat hij exact mijn ongebreidelde enthousiasme voor boeken en lezen weergeeft).
Al zo lang als ik me kan herinneren, maar met name sinds mijn middelbare school – en studietijd zijn boeken belangrijk voor me en vormt lezen mijn favoriete tijdsbesteding. Die begintijd, het één voor één ontdekken van de grote schrijvers: je leest dan op een manier waarop je het later nooit meer doen zal. Nieuwsgierig, intens, met een tintelend gevoel in je maag als je weer wat nieuws ontdekt had... Iedere zaterdagochtend ging ik naar de lokale bibliotheek om daar recensies en beschouwingen te lezen, in de Haagse Post of Vrij Nederland, over steeds nieuwe schrijvers die dan ook op mijn verlanglijstje terechtkwamen. Ik kan me Vrij Nederland-specials over Dostojevski of Flaubert herinneren. Later, in Schotland, kocht ik “the Portable Shakespeare”, waarin zeven complete stukken en fragmenten uit alle anderen stonden. Ik had verwacht dat Shakespeare volkomen ontoegankelijk voor me zou zijn, maar dat viel alles mee. Bezoek aan tweedehands boekwinkels in Edinburgh: hier is mijn voorliefde voor de Engelse literatuur ontstaan. Nog later, aan de Speech School in East Grinstead ging ik de Engelse dichters lezen: Milton, Wordsworth, Shelley & Keats, Blake, Yeats (een Ier in dit geval), Pound & T.S. Eliot (Amerikanen beiden). Tegelijkertijd leerde ik met hun teksten werken, poëzie te spreken, geweldig waardevol.
En bepaalde schrijvers zijn mijn hele leven met mij meegegaan: behalve Shakespeare zijn dat bijvoorbeeld James Joyce (ik ben idolaat van hem), Proust, Kafka, Borges. En Charles Dickens uiteraard. Zeker ook de Russen, met name Tolstoj en Dostojevski.
Altijd is er wel een boek, en meestal meerdere tegelijkertijd, waarin ik bezig ben; er gaat eigenlijk nooit een dag voorbij waarin ik niet tenminste (als het hele drukke dagen zijn dan) een paar bladzijden lees.
Ik vraag me wel eens af waarom ik eigenlijk zoveel lees. Op de eerste plaats omdat ik het heerlijk vind om te doen, dat is misschien al wel reden genoeg. Maar levert het nog iets op, word ik er beter van?
Lezen is voor mij absoluut in elk geval geen passieve bezigheid, ik zie het als iets creatiefs, een tekst komt pas tot leven wanneer jij als lezer daar actief mee aan de slag gaat. Ik ga een dialoog aan, probeer tot de kern van een schrijver door te dringen, tot zijn persoonlijkheid. George Steiner noemt de lezer een uitvoerend kunstenaar (en volgens Borges, die zelf een zéér goede lezer was en daarvan in zijn werk getuigt, zijn er minder goede lezers dan er goede schrijvers zijn): de schrijver biedt de partituur aan, maar daar gebeurt niets mee als deze niet ook vertolkt wordt. Door de lezer.
Tegelijkertijd doet een goede schrijver iets met jou als lezer. Het transformeert je, keert je binnenste buiten, wrikt los wat van binnen vast zat... Volgens Franz Kafka is een goed boek een bijl die het ijs in ons bevroren innerlijk kan breken.
Daarom heb ik zo’n moeite met wat Plato over het geschreven woord zegt. Ik wil het in dit blog eigenlijk niet over filosofie hebben, maar er zijn bepaalde filosofen om wie ik niet heen kan en met wie ik al even lang leef als de bovengenoemde schrijvers: Plato, Schopenhauer, Nietzsche, Heidegger, Wittgenstein...
En Plato, daar begint het allemaal (de geschiedenis van de filosofie is een serie voetnoten bij Plato, zei de Engelse filosoof Whitehead). Maar dan Plato’s wantrouwen tegen het geschreven woord. Plato vindt instructie via het geschreven woord een veel te vluchtig, haastig en oppervlakkig gebeuren, dat nooit het mondelinge onderwijs, de overdracht van leraar op leerling, kan vervangen. Plato heeft daarom ook nooit zijn complete filosofie aan het geschreven woord toe willen vertrouwen. (Hoe merkwaardig dat een zo goede schrijver zo weinig waardering voor boeken en geschreven taal heeft!).
Dan noemt hij met name drie bezwaren tegen het geschreven woord: 1. Op het moment dat je een boek publiceert, is het voor iedereen beschikbaar, ook voor diegenen die het totaal verkeerd gaan interpreteren. Je kunt met bepaalde waarheden niet zo maar in contact treden, ze vergen een grondige voorbereiding. 2. Je kunt een boek geen vragen stellen, dan geeft het als antwoord steeds weer hetzelfde. 3. Een boek kan zich niet verweren tegen kritiek.
Ik vind dit zelf lastig: met mijn passie voor lezen en boeken – te horen dat een zo grote filosoof zegt dat je door lezen jezelf niet werkelijk kunt verrijken. Ik ben het er dan ook niet mee eens. Je kunt wel degelijk een geprek aangaan met een boek, een boek kan je innerlijk veranderen, bij je diepste emoties komen, je gedachten door elkaar schudden. In die zin heeft een boek ook een echte persoonlijkheid.
Ik kom dan ook nu met het beste antwoord dat ik zou kunnen geven is op de vraag die ik aan het begin stelde (‘Waarom lees ik eigenlijk?’): ik lees om mijn innerlijke wereld te vullen en verrijken. In de volgende blog meer over de leermeesters die ik nooit persoonlijk heb ontmoet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten